‘Ik woon bij mijn juf’

‘Ongeveer een maand voor dat ik drie werd ben ik uit huis gehaald. Ik ben toen eerst in een crisisgezin geplaatst. Na ongeveer drie maanden ben ik bij mijn oma gaan wonen. Zij was op dat moment al wat ouder en daardoor kon ook zij niet voor mij blijven zorgen. Ik was vijf en kwam in een pleeggezin waar ik in principe tot mijn 18e zou blijven. Zij hadden een eigen kind dat twee jaar ouder was dan ik. Na een aantal maanden ging het niet goed met mij in dat gezin. Ik was heel jaloers op mijn pleegzus en reageerde agressief op haar. Het was voor niemand gezellig, maar dat had ik zelf niet in de gaten.

29 April 2010 was voor mij een doodnormale schooldag. Eén ding wist ik niet: dat mijn voogd mij op zou halen om mij naar een tehuis te brengen. Het was één dag voor mijn zesde verjaardag. Mijn pleegouders hadden geen traktatie voor mij meegenomen, dat wilden ze niet meer voor mij doen. Mijn juf vond dit heel erg en is nog naar de supermarkt gegaan voor chips, zodat ik die kon uitdelen.

Een andere juf stond te huilen in de lerarenkamer. Het contact met die juf is gebleven toen ik in het tehuis woonde. Zij en haar man hadden contact opgenomen met mijn voogd voor een bezoekregeling.

(...)

Het complete verhaal van Rachelle vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar met het verhaal van Rachelle ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

Uit het leven van Alicia (13)

’Ik ben Alicia, ik ben 13 jaar oud en woon sinds negen jaar in mijn huidige pleeggezin. Ik was twee jaar toen ik uit huis werd geplaatst. Hiervan kan ik me niets herinneren. Al voor mijn geboorte was er gedoe, maar daarna ook. Mijn ouders waren constant aan het ruziën. Wanneer dit weer eens gebeurde, werd ik opgehaald door een van mijn oma’s. Daar bleef ik dan tot het voorbij was. Later werd mijn broertje geboren. Het ging toen nog steeds niet goed tussen mijn ouders. Na meerdere malen opnieuw proberen, werden mijn broertje en ik uit huis geplaatst. Gescheiden van elkaar. Mijn ouders probeerden ons terug te krijgen. Dit werkte niet en mijn ouders werden daar boos van. Na wat rechtszaken werd besloten dat mijn broertje en ik definitief tot onze 18e verjaardag in een pleeggezin zouden blijven. Deze keer werd ik wel samen met mijn broertje in hetzelfde gezin geplaatst.

(...)

Het complete verhaal van Alicia vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar met het verhaal van Alicia ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

Op bezoek bij het eerste islamitische gezinshuis in Nederland:
‘Alle kinderen die hier wonen, zijn islamitisch’

Op een mooie zomerse zondag zijn we op bezoek bij de familie Yaqini. Het gezin – vader, moeder en drie eigen dochters – heeft een islamitisch gezinshuis, het enige (tot nu toe) in Nederland. De WAT?!-redactie is heel erg benieuwd: zijn er veel verschillen met een niet-islamitisch gezinshuis? Zijn er bijvoorbeeld andere regels en afspraken? We zitten aan tafel met Rihane (20), Manal (15), Baraa-a (13), Loqman (12), Ayoub (14) en de ouders Mohammed en Jamila. Van de WAT?!- krant zijn Rachel, Marleen en Stacey de redacteuren van dienst.

Achter het dubbele huis is een grote betegelde tuin, waar ruimte is voor een trampoline, een tafel, zithoek en een supergrote tv. Deze staan allemaal onder een glazen afdak, als het regent blijft het daar dus lekker droog. Een jaar geleden kwam het huis van de buren vrij en kon de familie - met steun van de gemeente - dat huis erbij kopen. Er werd verbouwd en het pleeggezin van Mohammed en Jamila werd een gezinshuis. Met het mooie weer kunnen we met zijn allen rondom de grote tafel zitten. Vanwege de ramadan, de vastenmaand, krijgen alleen de gasten een drankje.

Onbekenden in huis
Rachel vraagt hoe de overgang van gezin naar pleeggezin naar gezinshuis is geweest. Rihane, de oudste dochter, vertelt hierover: ‘In het begin vond ik het lastig om onbekenden in mijn huis te verwelkomen. Ik vond het best moeilijk om me aan te passen. Tegelijkertijd vond ik het ook lastig toen de eerste meiden weer weggingen en ik afscheid moest nemen. Nu we een gezinshuis zijn en met meer mensen hier wonen, is het weer zoeken naar een evenwicht.’ Baraa-a vond het vooral positief: ‘Ik vond het leuk om thuis met meisjes van mijn eigen leeftijd te kunnen spelen.’

Loqman woont sinds drie jaar in het gezin en vindt het leukst dat hij nu in zo’n groot huis woont. Manal noemt de openheid in het gezin als heel positief: ‘Jamila en Mohamed zijn heel open en aardig, er zijn leeftijdsgenoten in huis. Er is ook speciaal voor dit huis gekozen voor mij, omdat het islamitisch is. Alle kinderen die nu hier wonen, zijn islamitisch.’Rihane voegt hieraan toe: ‘We dwingen niemand om gelovig te zijn of om bijvoorbeeld mee te doen met de ramadan. Als een jongere niet gelooft, is het ook goed.’ Jamila vertelt over de vasten: ‘We houden ook rekening met kinderen die niet vasten, het eten staat voor hen gewoon klaar. ´ Loqman vertelt dat hij aan het oefenen is: hij doet af en toe mee en heeft al drie dagen gevast.’

Vijf keer per dag bidden
Wat zijn de verschillen zijn met een niet-islamitisch gezinshuis? Rihane noemt als eerste het bidden: ´Dat doen we vijf keer per dag. Voordat je gaat bidden, was je eerst handen en gezicht, zo maak je alles rein. Op dat moment mag je pas beginnen. Bidden doe je op een mat en je staat richting Mekka, dat is het centrale punt van de islam. Tijdens de ramadan bidden we samen. De man – dat is hier mijn vader – staat vooraan en noemt verzen uit de Koran en dan volgen wij (…).

Weten wat er in dit gezin nog meer gebeurt? Wat de verschillen zijn tussen islamitische en niet-islamitisch gezinshuis? Je vindt het complete interview in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

’Mijn pleegmoeder is 29’

’Op mijn 15e ben ik vrijwillig uit huis geplaatst. Ik heb een halfjaar in een pleeggezin gewoond en daarna twee maanden bij mijn tante. Twee jaar geleden ging ik bij Ilona wonen en daar woon ik nu nog. Mijn pleegmoeder is jong: 29 jaar.

Ik noem haar bij haar voornaam, dat vind ik meer passen bij onze leeftijdsverschil. Ze gedraagt zich als een opvoeder. Ze geeft grenzen, liefde en helpt mij als ik iets spannend vind. Maar we kunnen ook lachen met elkaar en als haar vriendinnen komen, zit ik er ook vaak gezellig bij. Dat is denk ik wel een verschil met een wat oudere pleegmoeder. Ik woon bijna drie jaar bij haar. Sinds vorig jaar zijn er twee kamers bijgebouwd. Het plan is dat er meer pleegkinderen bij komen, uiteindelijk. Met z’n tweeën wonen is wel rustig, maar ik zou het wel heel leuk vinden als er kinderen bij komen. Laat ze maar komen!

Mijn pleegmoeder en ik verschillen tien jaar in leeftijd. We krijgen best vaak de vraag wat we van elkaar zijn, want we lijken helemaal niet op elkaar en we kunnen ook geen vriendinnen zijn. Ik ben wat klein van stuk, dus mensen schatten mij sowieso vaak jonger. Maar ze kan ook niet mijn biologische moeder zijn, want daar is ze te jong voor. Mensen staan vaak versteld als ik zeg dat ze mijn pleegmoeder is. (…)

Het complete verhaal van Esma vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar met het verhaal van Esma ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Het is hier een zoete inval, met een hoop gekkigheid’

Een grote woonkamer, een flinke lap tuin met een buitenbad, een lange tafel met Limburgse vlaai, twee honden, drie katten. En een heel groot gezin. Redactieleden Rachel en Eva raken bij binnenkomst even de kluts kwijt – wie is wie?

We zijn in het gezin van Hope (12) die ons heeft uitgenodigd kennis te maken met haar ouders en (pleeg)zussen en -broers. ‘Kom maar eens kijken,’ schreef ze, en dat doen we. Het gezin telt vier eigen kinderen, waarvan twee al uit huis wonen. Hope weet niet beter dan dat er pleegkinderen bij haar thuis wonen. Haar ouders zijn al sinds 1996 pleeggezin en er hebben sindsdien al zo’n achttien kinderen bij hen gewoond. Naast Hope en haar broer Jordy (25) wonen hier ook nog Jill (11), Juliano (7), Chalisa (5) en twee kinderen die tijdelijk opgevangen worden. En al wonen Enny (25) en Geronimo (16) hier niet meer, ze maken nog deel uit van het gezin en komen regelmatig.

Alsmaar nieuwe kinderen
Eva en Rachel spreken met Hope en haar pleegzusje Jill. Hope vertelt ons dat ze het vooral leuk vindt dat ze zo’n groot gezin vormen. ‘Er is altijd wel iemand om mee te spelen en te kletsen’, zegt ze. Jill voegt eraan toe: ‘En omdat we ook kinderen in crisissituaties opvangen, leren we alsmaar nieuwe kinderen kennen.’

Papa en mama
Rachel vraagt: ‘Is er een verschil tussen eigen broer of zus, of pleegbroer- of zus?’ Hope en Jill kijken elkaar even aan, halen hun schouders op en schudden van nee. ‘Jill is hier al zolang,’ zegt Hope. Jill vult aan: ‘Ik heb nog in een ander pleeggezin gewoond en in een woongroep, maar sinds mijn zesde jaar ben ik hier.’ Alle kinderen – behalve de kinderen in de tijdelijke plaatsing – noemen de ouders ‘papa’ en ‘mama’. (…)

Weten wat er in dit gezin nog meer gebeurt? Je vindt het complete interview in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

’Dit plan geeft mij rust’

Marleen (17) studeert mbo-verpleegkunde en woont in een pleeggezin. Geheel op eigen kracht maakte ze een toekomstplan voor zichzelf. Wat dat is en wat het plan voor haar betekent, vertelt ze hier.

Marleen (17) weet al heel lang wat ze wil. ‘Al in de eerste van de mavo wist ik dat ik de verpleging in wilde. Daardoor was het niet heel erg moeilijk voor mij om dit plan te maken. Ze kreeg de vraag van haar pleegouders, die voor haar verlengde pleegzorg wilden aanvragen. ‘Het was een eis van de gemeente dat ik dan een toekomstplan kon laten zien.’

Schema
’Het toekomstplan van Marleen (17) is een schema, waarin ze precies beschrijft wat haar plannen en doelen zijn. Zo wil ze haar rijbewijs halen als ze achttien is en haar opleiding verpleegkunde niveau 4 afronden als ze twintig is. Daarna wil ze verder studeren aan het hbo. In het plan schrijft ze: ‘Om hogerop te komen, heb je een Hbo-diploma nodig. Met dit certificaat heb je meer groeimogelijkheden binnen ziekenhuizen en kom je makkelijker aan het werk, ook bij andere organisaties.’

Rijbewijs
In het toekomstplan van Marleen staat ook hoever ze nu is met het uitvoeren van haar plannen. Ze is bijvoorbeeld nu bezig met de theorie van haar rijbewijs. ‘Dat is het eerste doel dat ik wil bereiken. En ik voor mijn opleiding ben ik nu met mijn tweede jaar bezig.’ In het schema is ‘het huis uitgaan en op zichzelf gaan wonen’ nog ver weg. Rond haar 24e, 25e of misschien wel 26e verwacht ze het ouderlijk huis te verlaten. Marleen is er, zoals veel pleegkinderen met haar, heel duidelijk over: ‘Zover ben ik nog lang niet! Ik wil eerst mijn studie afmaken en dan nog een tijdje bij mijn pleegouders wonen. Als ik dan een baan heb, zal ik dat in het begin heel spannend vinden. Pas als die stress voorbij is, durf ik mijn veilige omgeving te verlaten. En als ik dan weet hoe ik zaken moet organiseren en regelen, zoals de huur betalen, kan ik het aan om op mezelf kan gaan wonen.

Weten wat Marleen nog meer te vertellen heeft en wil je zien hoe het plan er uit ziet? Je vindt het complete verhaal in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

Wat doe jij op social media?

Hoe vaak zit jij op social media? Wat zet jij op Instagram of je Facebookpagina? En welke rol heeft het in jouw ‘pleegzorgsituatie’? Wij deden een klein onderzoekje binnen de redactie en zijn benieuwd of jij jezelf daarin herkent. Ook maakten we een lijstje met do’s & dont's.

Niemand kan nog zonder mobiele telefoon. ‘Zonder telefoon kan je niks, ook niet op school, want je lesrooster e.d. staan er op.’ WhatsApp en snapchat worden veel gebruikt, Instagram is aan het groeien en het gebruik van Facebook is wisselend: de een doet er veel mee, de ander juist helemaal niet (‘Ik heb geen Facebook’).

De telefoon wordt bij het opstaan gecheckt, of iets later bij het ontbijt. Vervolgens in de pauzes op school en tussen de lessen door (ook voor het lokaal waar je naartoe moet). En dan thuis, ’s middags en ’s avonds.

Do’s & don’ts:

Niet doen:
- Deel je berichten niet met iedereen! Bepaal vóórdat je een bericht plaatst met wie je het deelt.
- Bij twijfel: plaats het niet!
- Let op met foto’s: ze komen soms anders over dan je denkt. Bij twijfel niet plaatsen!
- Plaats geen nare of vage berichten. Dat kan verkeerd uitgelegd worden (bijvoorbeeld dat iemand zich gepest voelt).

Wel doen/leuk:
- Voor pleegkinderen: Appen met je zus/broer of familie die je niet zo vaak kunt zien omdat ze ver weg wonen of vanwege bezoekregelingen.
- Voor eigen kinderen van pleegouders: contact houden met kinderen die bij jullie hebben gewoond.
- Even snel iets leuks delen (iets wat je hebt meegemaakt, een goed cijfer of een nieuwe aankoop).
- Maak aparte groepen, bijvoorbeeld: familie, vrienden, kennissen en kijk per bericht naar welke groep je het stuurt.
- Berichtjes van anderen liken.

Meer ervaringen met social media lezen van pleegkinderen en eigen kinderen? In de nieuwste WAT?!-krant vind je ze. Geen abonnement? Vraag een gratis proefexemplaar aan via wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Mijn tas inpakken na een weekend hoeft niet meer’

’Hoi. Welkom thuis’, Met die woorden werd Rowena ontvangen toen ze terug kwam in haar moeders huis, nu twee jaar geleden. Rowena is 15 jaar. Dat ze weer bij haar moeder ging wonen, was niet vanzelfsprekend. Vanaf haar vierde levensjaar heeft ze in acht verschillende gezinnen gewoond. Acht!

Het begon allemaal na de scheiding van Rowena’s ouders. Rowena en haar drie jaar oudere broer woonden om en om bij hun vader en moeder. Daar kwamen ruzies om. De kinderrechter besloot dat de kinderen beter uit huis geplaatst kon worden. Dat zou rust geven. Zo begon een lange tocht langs verschillende pleeggezinnen.

Eva en Mees van de WAT?!- redactie willen graag weten hoe Rowena het vindt om weer thuis te zijn. En ook wat het met je doet als je op zoveel plaatsen gewoond hebt. Bij een flinke beker warme chocolademelk in een koffiecafétje praten we er met Rowena over.

Eva: ‘Waarom werd je zo vaak overgeplaatst?’
Rowena: ‘Als het niet lukte in een pleeggezin, moest ik er weer weg. In één van de eerste gezinnen bijvoorbeeld werd ik geslagen. Ik weet het niet meer precies, het is lang geleden. Dan ben ik blij dat ik er weg ben. Ook in het laatste pleeggezin konden mensen niet met mijn boosheid omgaan.’
Mees: ‘Had je zelf ook iets te zeggen over dat wonen bij steeds weer andere gezinnen?’
Rowena: ‘Eerst niet. Pas toen ik twaalf was, mocht ik mijn mening geven. Ik ging mee naar de gesprekken met Jeugdzorg. Soms werd er naar mij geluisterd, maar vaak zeiden ze dat wat ik niet wilde niet mogelijk was.’

Eva: ‘Hoe vond je het om steeds weer ergens anders te moeten wonen?’
Rowena: ‘Het was altijd weer wennen: vreemde mensen, een nieuw huis, andere regels... Bij sommige gezinnen had ik het naar mijn zin, bij andere boeide het me niet als ik weer weg moest.’

(…)

Het complete interview vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

‘C-Jay, Ribanna, Thomas en Junior wonen bij bekenden!’

Als uithuisplaatsing noodzakelijk is, is opvang in een gezin de meest wenselijke situatie. Pleegouders worden dan in eerste instantie binnen de familie of het netwerk van het kind gezocht. Wist je dat bijna de helft van de pleegkinderen bij bekenden woont? Zij wonen bij grootouders, tantes en ooms, onderwijzers of buren. Dit heet netwerkpleegzorg. Steeds meer uit huis geplaatste kinderen komen in een netwerkgezin. Hulp dichtbij, in de kring om de kinderen en hun ouders heen, is effectief gebleken. *

Speciaal voor de WAT?!-krant maakt Rianca Houthuijsen fotoportretten van kinderen die opgroeien in een netwerkgezin!

Maak hier alvast kennis met C-Jay:

Naam: C-Jay

Leeftijd: 13 jaar

Hobby’s: paardrijden en trampolinespringen

Woont: bij mijn oudtante, al bijna 13 jaar. Er zijn nog twee eigen kinderen van 18 en 21

Leuk: ik krijg hier veel aandacht en we maken leuke uitstapjes

Contact met eigen ouders: met mijn vader sinds kort weer, met mijn moeder een paar keer per jaar. En met mijn broers vaker

Later: ik blijf hier tot mijn 18e (of langer!) wil later make up artist worden

Ook kennismaken met Thomas, Ribanna en Junior? Je vindt ze in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

Nieuw programma voor tieners: ‘Hoe overleef ik mijn pleegouders?’

‘Hoe overleef ik mijn pleegouders’ is een lotgenotengroep voor jongeren in pleeggezinnen. Het gaat speciaal om tieners die de behoefte hebben om met andere jongeren te praten over hoe zij het vinden om in een pleeggezin te wonen. WAT?!-redacteuren Eva en Rachel zochten uit wat het programma precies inhoudt.

Als je je inschrijft voor deelname aan de ‘Hoe overleef ik’- groep, ga je aan de slag met deze thema’s:
- Het wonen in een pleeggezin en wat dat voor jou betekent;
- Het contact met je ouders en pleegouders en hoe ingewikkeld dat kan zijn;
- Het zoeken naar ‘wie ben ik’ en ‘waar sta ik’.

De groep komt vijf keer bij elkaar. Eva zegt over de invulling van de bijeenkomsten: ‘De trainers hebben verschillende werkvormen bedacht: van praten aan de hand van stellingen tot aan het samen bakken van pizza’s in de slotbijeenkomst. Het is dus niet zomaar of alleen maar praten, maar je gaat echt aan de slag met dingen. Een leuk onderdeel vind ik de familie-opstelling met legopoppetjes. Het is een bekende, maar er komen altijd verrassende dingen uit.’ Rachel knikt en zegt: ‘Ik houd er ook van. Als de ander bezig is met zijn opstelling ga je al bedenken hoe jouw opstelling er uit gaat zien.’ Eva: ‘Het levert zoveel inzichten op.’

Rachel vervolgt: ‘Het programma zit goed in elkaar. Iedere jongere heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen problemen. Er met andere jongeren over praten, het is iets anders dan met volwassenen. In het begin een beetje raar, want het is even wennen om je verhaal te vertellen. Maar als je merkt dat het er gewoon mag zijn, is dat zo fijn. Je krijgt reacties en niemand oordeelt. En je komt zelf ook weer op ideeën door de ervaringen van andere jongeren te horen.’

Er is een belangrijke ‘gouden regel’, een afspraak die gemaakt wordt in de eerste bijeenkomst van de Hoe overleef ik- groep: Alles wat in de groep besproken wordt, blijft in de groep! Eva: ‘Een goede en belangrijke afspraak, want alleen dan kun je vrijuit praten en alles zeggen wat je kwijt wilt.’

Elke ‘Hoe overleef ik’-groep wordt afgesloten met een VIP-avond. Dan mogen de jongeren allemaal iemand mee nemen uit hun eigen netwerk. Dat kan een (pleeg)ouder zijn, een vriend(in) of een familielid, in elk geval iemand die belangrijk voor hen is. Die avond gaan de jongeren met hun VIP’s taarten versieren of pizza bakken en met elkaar in gesprek. Eva: ‘Ik vind het zo mooi dat je dan na afloop iemand hebt in je eigen netwerk die ook heeft deelnomen aan de groep. Daar kun je dan op terugvallen en napraten over de bijeenkomsten.’

Het complete artikel vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl.

Azmir (14): ‘Ze vragen vaak of wij een tweeling zijn’

Azmir (14): ‘Ik woon met mijn broer in een pleeggezin. Hij is een jaar jonger dan ik. We zijn meteen na onze geboorte uit huis geplaatst in het gezin waar we nu nog steeds wonen. We zijn familie en van hetzelfde bloed. We lijken veel op elkaar. Op school vragen ze vaak of we een tweeling zijn. Dat vind ik grappig. Ik zorg een beetje voor hem. Dan zeg ik ‘doe dit of dat maar niet.’ Ik zou hem heel erg missen als we niet in hetzelfde gezin konden wonen. Hij is aardig.

We gamen vaak samen en verder stoeien en boksen we bijna elke dag. We hebben ook een trampoline in de tuin. Daar springen we vaak op. We zijn allebei heel druk en we worden om dezelfde dingen boos. Vorig jaar hebben we een zusje gekregen. Die kon ook niet bij onze moeder blijven. Ik vond het erg dat ze niet hebben gevraagd of ze bij ons kon komen wonen. Ze woont in een ander gezin. We gaan er soms naartoe. Het is een lief zusje en ze voelde meteen als ons zusje toen ik haar voor het eerst zag. Tarik en ik zouden eigenlijk het liefste willen dat zij ook hier kon komen wonen.’

Roos (16): ‘Dave en ik horen bij elkaar’
Roos (16): ‘Ik heb vijf halfbroers. Twee daarvan ken ik niet en drie wel. Iedereen woont ergens anders. Ik weet niet beter. Ik ben al elf keer verhuisd, van gezin naar tehuis en weer naar gezin enzovoort. Nu woon ik in een gezin waar ik mag blijven tot mijn achttiende. Daar ben ik heel blij mee. Ik voel me – voor het eerst in mijn leven - thuis. Met mijn halfbroer Dave heb ik een goede band. Ik zie hem regelmatig en ik verheug me altijd op zijn bezoekjes. Ik ben niet gewend ergens bij te horen, maar bij hem voel ik: ‘Wij horen bij elkaar.’

Stefan (18): ‘Mijn broertje woont in een gezinshuis’
Stefan (18): ‘Dit is mijn derde pleeggezin. In mijn vorige gezin en in het gezin daarvoor woonde ik samen met mijn broertje. Hij is vijf jaar jonger dan ik. Op een gegeven moment zijn we overgeplaatst, omdat het (weer) niet goed ging. Mijn broertje woont nu niet meer bij mij. Jeugdzorg en andere gedragsdeskundigen vonden dat beter. Hij had meer regels nodig en paste niet in een ‘gewoon’ pleeggezin. Ik mis hem, maar hij woont gelukkig wel in de buurt. We hebben een ijzersterke band. We zien elkaar vaak en meestal komt hij naar mij toe. Dan gaan we trampolinespringen in de tuin of naar de film. Ik ga ook vaak bij zijn voetbalwedstrijden kijken. Verder gaan we altijd samen op familiebezoek. Ik vind het belangrijk om mijn eigen familie te kennen. Dan voel je je niet verloren.’

Meer ‘broertjesverhalen’ vind je het in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

Uit het leven van Sem (14)

Ik ben Sem, ik ben 14 jaar oud en ik heb sinds september 2015 een pleegbroertje. Ik heb twee broers, een broertje en mijn pleegbroertje natuurlijk! Ik zit op voetbal en zit op dit moment in VWO 3. Mijn pleegbroertje heet Mathijs en is bijna twee jaar, hij kwam bij ons als crisisopvang toen hij drie maanden was.

Het is heel bijzonder om een pleegbroertje te hebben, maar natuurlijk wel super leuk. In het begin was het zeker wel even wennen, want ja, er verandert zomaar iets in je gezin. Toen Mathijs vijf maanden was, begonnen mijn ouders te merken dat het niet helemaal lekker liep met zijn ontwikkeling. Hij keek apart uit zijn ogen en hij viel af en toe even weg. Toen zijn mijn ouders eerst druk bezig geweest om zijn ogen te laten onderzoeken. Ook viel hij steeds vaker weg en kreeg hij stuipen.

Eerst kwamen we bij de kinderarts terecht en daarna is Mathijs met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar lag hij wekenlang. Hij heeft allerlei onderzoeken gehad, best heftig voor zo’n kleine man! Uit al die testen is gebleken dat Mathijs lijdt aan een kwaadaardig epilepsiesyndroom. Hij is dus lichamelijk en verstandelijk beperkt. Het is best ingewikkeld om een pleegbroertje te hebben die ook nog eens ernstig ziek is. Dat is niet alleen lastig voor ons, maar ook voor de pleegzorgmedewerker en de voogd.’

(…)

Het complete verhaal van Sem en meer vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je nog geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

’Je pleegzorgdossier is bedoeld om je te helpen’

Van elk pleegkind bestaat een dossier. Ben jij pleegkind? Dan ben je er vast bekend mee. Weet je ook wat er precies in staat en wie het mogen lezen? Kun je het corrigeren als je het met de inhoud niet eens bent? En wat gebeurt er na je achttiende mee? Roos en Romena gingen met deze vragen naar Mariska Kramer, zelfstandig jeugdrechtadvocaat met veel ervaring in het bijstaan van pleegouders én -kinderen.

Van mijn pleegzorgwerker kreeg ik de vraag: “Heb je een vriendje?”’, begint Romena (16) het gesprek. ‘Toen dacht ik: waarom moet dat in mijn dossier?’ Roos vult aan: ‘Ja, ik hoor ook wel eens dat pleegkinderen de vraag krijgen of ze drugs of alcohol gebruiken. Moet je daar antwoord op geven?’

Stappen vastleggen
‘Laten we eerst eens duidelijk maken waar dat dossier voor dient,’ begint Mariska. ‘Het is er niet voor niets. Voor elk pleegkind is verslaglegging nodig. Dat geldt voor zowel een vrijwillige als een verplichte pleegzorgplaatsing (zie kader op pagina 8, redactie). De wet schrijft voor dat de stappen die voor een pleegkind gezet worden, vastgelegd moeten worden. Dat heeft verschillende redenen. De eerste is om zichtbaar te maken waarop de hulp aan jouw is gericht. Hulpverleners zijn mede verantwoordelijk voor jouw ontwikkeling. Zij moeten vastleggen wat met betrekking tot de uitvoering van de hulpverlening van belang is.’

‘Enerzijds is er dus een hulpverleningsdoel, anderzijds moet de hulpverlener verantwoording afleggen in jouw dossier’, legt Mariska uit. ‘Op die manier wordt voor jou als pleegkind duidelijk waarom de hulpverlening nodig is en aan welke doelen wordt gewerkt. En dat is maar goed ook! Zo weten jij én betrokkenen om jou heen waarom de rechter een besluit voor jou heeft genomen. Jij en de mensen om jou heen weten waarom de uithuisplaatsing nodig was of waarom jullie gezin uit elkaar is gehaald en waarom je hulp nodig hebt.’

Jeugdhulpbesluit
‘Wat staat er allemaal in je dossier?’ wil Roos weten. Mariska: ‘Allereerst het jeugdhulpbesluit. Dat is het besluit dat is genomen door de gemeente (bij vrijwillige pleegzorg) of door de gecertificeerde instelling* (bij gedwongen pleegzorg) over de jeugdhulp aan jou. Er zijn veel vormen van jeugdhulp. Pleegzorg is er een van.’

(…)

Benieuwd naar het volledige interview, tips en informatie? Je vindt het in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je nog geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

‘Ik wilde niet meer steeds bezig zijn met mijn zus, ik wilde mijn eigen leven’

Maya (28) heeft veel tegenslag gehad in haar leven, maar nooit gaf ze de moed op. Als we haar ontmoeten, zien we een vrolijke, energieke jonge vrouw en geen slachtoffer van een jeugd vol nare ervaringen. Maya is gelukkig, reist veel en heeft een baan waar ze blij mee is. De WAT?!-redactie is benieuwd naar haar verhaal. Romy, Roos, Romena en Saskia spraken met haar.

We starten het interview door meteen te vragen naar de moeilijkste periode in haar leven. ‘Ik had het in mijn puberteit heel lang heel moeilijk’, vertelt Maya. .Ik zat met vragen als ‘Wie ben ik’?’ en ‘Mag ik er wel zijn?’ Ik was in die tijd een ‘alto’ met zwart haar en zwarte make up.

Verstandelijk beperkt
‘Hoewel ik lieve pleegouders en goede begeleiders vanuit Jeugdzorg had, voelde ik me niet gezien’, vervolgt Maya. ‘Iedereen leek vooral bezig te zijn met mijn zus. Zij is verstandelijk beperkt en vroeg veel aandacht. Roos vraagt: ‘Had je wel vriendinnen?’ Maya: ‘Jawel, maar over dingen praten was lastig. Ik heb het wel geprobeerd. Maar de meesten hadden (gelukkig voor hun) nog niet zoveel meegemaakt als ik. Het ergste dat hen was overkomen, was dat de kat was aangereden. Ook niet leuk, maar dan kwam ik met mijn verhaal dat mijn zus was opgenomen in een instelling. Ze bedoelden het goed als ze zeiden: ‘ “Ach kom Maya, we gaan lekker shoppen”. Ik snap dat dat kan helpen, maar ik kon er niets mee. Ik voelde me niet begrepen.’

Invloed
Maya’s oudere zus heeft een grote invloed op haar leven. Maya: ‘Ik vertelde mezelf altijd dat mijn zus sterk was. Ik had mijn moeder en vader niet meer, maar nog wel mijn zus. Ik wilde niet toegeven dat mijn zus niet sterk was, maar verstandelijk gehandicapt en psychiatrisch patiënt. “Je moet me redden”, zei ze vaak tijdens haar crisismomenten. Dat we eerst samen in hetzelfde gezin zijn geplaatst, leek veel mensen fijn voor ons. (“O wat fijn dat jullie samen zijn”). Achteraf denk ik dat dat ik daardoor vaak het gevoel heb gehad in haar schaduw te staan.’

Benieuwd naar het volledige verhaal en meer verhalen over zusjes? Je vindt ze in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je nog geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl. Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!

Uit het leven van Romena (16)

‘Ik ben Romena en ik ben 16 jaar oud. Ik woon al heel mijn leven in een pleeggezin, dat bestaat uit mijn oma, oom, twee zusjes, een puppy en ik! Mijn oma is pleegmoeder geworden om ons op te kunnen vangen. Mijn moeder woonde namelijk nog thuis toen ik werd geboren. Ze is een half jaar na mijn geboorte weggegaan en niet meer teruggekomen. Gelukkig hebben mijn oma en opa de zorg voor mij op zich genomen.

Twee en half jaar na mijn geboorte kreeg mijn moeder onverwachts een tweede dochter. En weer is mijn moeder kort na de geboorte weggegaan. Mijn zusje was nog niet eens uit het ziekenhuis. Oma heeft ervoor gezorgd dat ook zij bij ons kon komen wonen. Ze wilde ons namelijk heel graag bij elkaar houden. Anderhalf jaar later overleed mijn opa.

Nu al weer bijna drie jaar geleden kreeg mijn moeder weer een dochter, voor mij weer een nieuw zusje dus! We wisten niet hoe we moesten reageren. Eerst waren we best geschrokken, maar al snel waren we erg blij. Ik wilde altijd al nog een klein zusje! Anders dan bij mij en mijn oudste zusje wilde mijn moeder (en haar nieuwe vriend) wel voor haar zorgen. We wisten echter dat dit door haar omstandigheden niet mogelijk was. Oma heeft er alles aan gedaan om te zorgen dat ze bij ons kon wonen. Dat was niet makkelijk door rechtszaken die gepaard gingen met verschillende onderzoeken. Gelukkig is dat goed gekomen en woont ze nu bij ons. Mijn moeder heeft zich erbij neer gelegd en is blij dat ze hier goed zit.

Ook al maak ik soms veel ruzie met mijn zusjes (die nu 13 en 3 zijn), zoals alle zusjes dat doen, toch ben ik heel blij dat we met z’n drieën zijn. We komen alle drie uit een soortgelijke situatie en we weten dat we altijd elkaar zullen hebben. En natuurlijk oma en Dennis (de broer van mijn moeder die nog thuis woont) er ook altijd voor ons zullen zijn.

Dit verhaal en meer vind je in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je nog geen abonnement en wil je een gratis proefexemplaar ontvangen? Stuur een mail naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Je moet leren dealen met wat je is overkomen. Humor helpt!’

WAT?!-redacteur Sammy bezocht met zijn pleegouders een workshopmiddag voor pleeggezinnen van jeugdhulporganisatie Vitree. Daar zag hij de bekende Nederlandse cabaretier en tv-presentator Jörgen Raymann, die als ambassadeur van stichting Het Vergeten Kind de bijeenkomst opende. Sammy stapte na afloop op hem af met vragen over zijn (persoonlijke) betrokkenheid bij pleegzorg en of hij hem mocht interviewen……….

Dat mocht, exclusief voor de WAT?!-krant. Een afspraak werd gemaakt en enkele weken later zaten Sammy en collega-redacteur Romena bij Jörgen Raymann thuis op de bank voor een bijzonder gesprek.

‘Wat heeft u zelf met pleegzorg? vraagt Sammy die maar met de deur in huis valt. Jörgen, een makkelijke prater, steekt meteen van wal. ’Zoals je weet, kom ik uit Suriname. Daar is het heel gewoon om kinderen van familieleden op te vangen. Mijn zus heeft bijvoorbeeld twee jaar bij mijn oma gewoond. En een neef en een nicht van mij ook.’

Dat ergens anders gaan wonen niet simpel is, weet Jörgen ook uit eigen ervaring. Hij groeide weliswaar ‘gewoon’ bij zijn ouders in Suriname op, maar woonde vanaf zijn achttiende een tijd bij familie. Jörgen: ‘Ik was naar Nederland gekomen om economie te studeren in Rotterdam. Ik kon bij mijn oom en tante in Gouda wonen. Pfff, dat viel niet mee! De eerste twee weken waren leuk, maar toen ging het mis. Ik kon me niet vinden in hun regels en opvattingen. Ik voelde me zo ontheemd Dus als jullie me vertellen over hoe moeilijk het kan zijn voor een kind om naar een pleeggezin te gaan…………… I know the feeling!’

Benieuwd naar het hele interview? Het staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

Natasja (15): ‘Ik hou niet van veranderingen’

'Ik ben niet zo’n fan van vakanties.’ Dat is een opvallende uitspraak! Het is de vijftienjarige Natasja die dit zegt. ‘Dat komt omdat ik niet van veranderingen houd’, licht ze toe. ‘En ik vind het heel vervelend als ik niet weet wat er gaat komen, of als er iets onverwachts gebeurt.’ Structuur, rust, regelmaat…daar kan Natasja iets mee. We zijn meteen toe aan de kern van het thema: wat houdt het in als je autisme* hebt of als je een (pleeg)broer of –zus met autistische eigenschappen hebt?

Natasja kan zelf goed verwoorden hoe het is om autisme te hebben. Ze woont bijna haar leven lang in hetzelfde pleeggezin. ‘Mijn ouders konden niet voor mij zorgen,’ zegt Natasja. Als peuter van één jaar kwam ze in een pleeggezin gezin met drie oudere kinderen, waarvan twee inmiddels volwassen zijn en al op zichzelf wonen. Natasja zit op de bank en knuffelt met chihuahua Snowie, die maar één jaar jonger is dan zij. Ze weet nog dat ze op de basisschool zat en in die tijd bijna een jaar in een ziekenhuis werd onderzocht. ‘Het ging niet lekker met mij. Om te weten waarom dat was, moest uitgezocht worden wat er met mij aan de hand was.’ Het bleek om hechtingsstoornissen en een vorm van autisme te gaan.

Aparte klas
Na de basisschool ging Natasja naar een vmbo met een aparte klas voor kinderen met gedragsafwijkingen, veelal autisme. Ze zit in de tweede klas. Wat is het verschil met een gewone klas, wil WAT?!-redacteur Michelle weten. Natasja somt op: ‘Wij hebben maar negen kinderen in de klas, we zitten steeds in hetzelfde lokaal en we hebben een leraar die het merendeel van alle vakken geeft.’ Kan ze uitleggen waarom dat zo is? ‘Wij houden niet van drukte. En voor ons is het heel vervelend om steeds naar een ander lokaal te gaan en andere gezichten voor de klas te zien. Daar worden we onrustig van.’

Benieuwd naar het volledige verhaal en meer informatie over autisme? Het staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

Romy (16): ‘Verhuizen kan ook leuk zijn’

Sommige kinderen verhuizen met hun eigen gezin naar een ander huis. Andere kinderen worden zijn uit hun vertrouwde omgeving weggehaald om te gaan wonen op een nieuwe plek. Maakt dat veel uit? Wij spraken erover met Merel (16), eigen kind van pleegouders, en haar pleegzus Romy (16). Zij verhuisden met het hele pleeggezin naar een nieuw huis in een ander deel van de stad.

Romy (16) woont sinds haar vijfde niet meer bij haar ouders. Ze verhuisde eerst naar familie en ging toen naar een kindertehuis, dat ook nog eens verhuisde naar een andere locatie. Ze vertelt daarover: ‘Voor mij betekende verhuizen vroeger: O nee, moet ik weer mijn spullen pakken? Ze willen me niet meer, ik moet weer weg. Ik ben wel negen keer in mijn leven van huis en omgeving gewisseld. Verhuizen was voor mij een slecht teken, een vervelende ervaring.’

Gezinshuis
Romy woont inmiddels al acht jaar in het gezinshuis van de ouders van Merel (ook 16). De twee zijn al zolang samen dat ze elkaar gewoon ‘zusjes’ noemen, ook op school. Afgelopen jaar is er iets bijzonders gebeurd: Merel en Romy zijn met het gehele gezin verhuisd! Hoe goed het ook was onder de vleugels van het Leger des Heils, Merels ouders wilden met hun gezinshuis zelfstandig verder gaan. Dat betekende een nieuw, eígen huis in een andere wijk van hun stad.

Raar
Voor Romy was het de eerste keer dat ze met een gezin mee verhuisde. ‘Ik vond het raar. Het was zo anders dan ik gewend was. Het waren wel dezelfde mensen, maar de omgeving was nieuw. Toch voelde het vertrouwd. Ik was blij dat ik mee kon met dit gezin, waarvan ik nu al jaren echt deel uitmaak.’ En er speelde nog iets mee: ‘Ik mocht voor het eerst eigen spullen uitzoeken. Van vroeger thuis had ik alleen een knuffel meegenomen, dat was het enige dat ik van mezelf had. In het vorige gezinshuis konden we bedden of kasten uit een voorraadloods krijgen. Maar nu koos ik zelf mijn eígen, níeuwe bed uit, mijn eígen, níeuwe kast. Heel gek. Het is voor het eerst dat dingen van míj zijn.’ (…)

Benieuwd naar het volledige verhaal? Het staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

Eigen kinderen van pleegouders aan het woord!

Mindert Andrys Kamstra (23) is student Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) en loopt stage bij Jeugdhulp Friesland, afdeling Pleegzorg. Hij is óók kind van pleegouders. Mindert: ‘Ik was acht jaar toen er een meisje voor lange tijd bij ons kwam wonen. Zij is tot haar 17e bij ons geweest. Daarnaast vormen mijn ouders sinds december 2012 een crisispleeggezin. Zij vangen tijdelijk pleegkinderen op. Ik woon nog bij mijn ouders en heb al verschillende kinderen zien komen en gaan.

Mindert kwam er tijdens zijn studie achter dat er weinig bekend is over de ervaringen en behoeftes van eigen kinderen van pleegouders. Daarom koos hij voor zijn afstudeeronderzoek het onderwerp ‘biologische kinderen van pleegouders’. Hij onderzoekt de invloed van een pleegzorgplaatsing op de eigen kinderen in het gezin.

Een van zijn activiteiten was het organiseren van een bijeenkomst voor eigen kinderen van pleegouders. Een van de deelnemers was Linda (16). Zij vertelt:

‘Ik ben Linda en ik heb drie broertjes (15, 12 en 11 jaar). Ook hebben wij thuis drie pleegkinderen wonen van negen jaar: een jongen en een meisje (tweeling) en nog een meisje. De tweeling woont bij ons vanaf 2009 en mijn andere pleegzusje komt vanaf 2007 in de weekenden en vakanties. Sinds 2010 woont zij volledig bij ons, omdat haar moeder is overleden en haar vader onbekend is.

De tweeling ziet om de vier weken hun biologische moeder, de ene keer gaat iedereen naar ons, de andere keer gaan zij naar het pleeggezin waar hun zusje woont. En soms gaan ze naar hun moeder toe. Mijn andere pleegzusje ziet sinds de pleegzorgdag in Duinrell haar broer en zus elk jaar een paar keer. Ze heeft er daar vorig jaar ook voor het eerst een keer gelogeerd.

Ik vind het hebben van pleegzusjes en een pleegbroertje leuk, omdat ik anders het enige meisje in huis ben. Een ander voordeel is dat er altijd iemand is die je kan helpen. Het heeft zo ook zijn nadelen, want met negen personen ga je niet zo makkelijk een dagje weg en af en toe is het wel erg druk.’

Ook Geke en Lynn vertellen over hun ervaringen. Benieuwd? volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Ik heb mijn verhaal verteld aan Paul de Leeuw’

In Pauls Puber Kookshow (elke zaterdag om 19.30 uur op NPO 3) praat Paul de Leeuw met pubers over alles wat ze bezighoudt. In een aflevering over pleegzorg was Sammy (15) te zien. Hij was gevraagd om in de show te vertellen over zijn eigen ervaringen met pleegzorg. En dat deed hij goed!

In een decor met een slaapkamer zit Sammy naast Paul de Leeuw op een bed. Sammy vertelt de bekende presentator hoe hij in een pleeggezin terecht kwam, nadat duidelijk was geworden dat zijn moeder niet voor hem kon zorgen. Hoe was het om door Paul de Leeuw geïnterviewd te worden? Sammy: ‘Heel leuk!. Paul de Leeuw is heel aardig en geïnteresseerd. Hij heeft zelf twee adoptiekinderen, dus hij weet hoe het is voor kinderen om niet bij hun eigen ouders te kunnen wonen.’

Natuurlijk ontbrak de humor niet in de uitzending. “Paul de Leeuw is in het echt heel grappig’, zegt Sammy, die zelf ook de ene grap na de andere maakte tijdens het interview.

Uitzending terugzien? Ga naar Uitzending Gemist (NPO), Pauls Puber Kookshow, aflevering 9 januari 2016.

Ben je benieuwd naar wat Sammy nog meer vertelde? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl