Artikelen

Azmir (14): ‘Ze vragen vaak of wij een tweeling zijn’

Azmir (14): ‘Ik woon met mijn broer in een pleeggezin. Hij is een jaar jonger dan ik. We zijn meteen na onze geboorte uit huis geplaatst in het gezin waar we nu nog steeds wonen. We zijn familie en van hetzelfde bloed. We lijken veel op elkaar. Op school vragen ze vaak of we een tweeling zijn. Dat vind ik grappig. Ik zorg een beetje voor hem. Dan zeg ik ‘doe dit of dat maar niet.’ Ik zou hem heel erg missen als we niet in hetzelfde gezin konden wonen. Hij is aardig.

We gamen vaak samen en verder stoeien en boksen we bijna elke dag. We hebben ook een trampoline in de tuin. Daar springen we vaak op. We zijn allebei heel druk en we worden om dezelfde dingen boos. Vorig jaar hebben we een zusje gekregen. Die kon ook niet bij onze moeder blijven. Ik vond het erg dat ze niet hebben gevraagd of ze bij ons kon komen wonen. Ze woont in een ander gezin. We gaan er soms naartoe. Het is een lief zusje en ze voelde meteen als ons zusje toen ik haar voor het eerst zag. Tarik en ik zouden eigenlijk het liefste willen dat zij ook hier kon komen wonen.’

Roos (16): ‘Dave en ik horen bij elkaar’
Roos (16): ‘Ik heb vijf halfbroers. Twee daarvan ken ik niet en drie wel. Iedereen woont ergens anders. Ik weet niet beter. Ik ben al elf keer verhuisd, van gezin naar tehuis en weer naar gezin enzovoort. Nu woon ik in een gezin waar ik mag blijven tot mijn achttiende. Daar ben ik heel blij mee. Ik voel me – voor het eerst in mijn leven - thuis. Met mijn halfbroer Dave heb ik een goede band. Ik zie hem regelmatig en ik verheug me altijd op zijn bezoekjes. Ik ben niet gewend ergens bij te horen, maar bij hem voel ik: ‘Wij horen bij elkaar.’

Stefan (18): ‘Mijn broertje woont in een gezinshuis’
Stefan (18): ‘Dit is mijn derde pleeggezin. In mijn vorige gezin en in het gezin daarvoor woonde ik samen met mijn broertje. Hij is vijf jaar jonger dan ik. Op een gegeven moment zijn we overgeplaatst, omdat het (weer) niet goed ging. Mijn broertje woont nu niet meer bij mij. Jeugdzorg en andere gedragsdeskundigen vonden dat beter. Hij had meer regels nodig en paste niet in een ‘gewoon’ pleeggezin. Ik mis hem, maar hij woont gelukkig wel in de buurt. We hebben een ijzersterke band. We zien elkaar vaak en meestal komt hij naar mij toe. Dan gaan we trampolinespringen in de tuin of naar de film. Ik ga ook vaak bij zijn voetbalwedstrijden kijken. Verder gaan we altijd samen op familiebezoek. Ik vind het belangrijk om mijn eigen familie te kennen. Dan voel je je niet verloren.’

Meer ‘broertjesverhalen’ vind je het in de nieuwste WAT?!-krant. Heb je geen abonnement, maar wil je deze WAT?! graag ontvangen? Dat kan! Stuur een mailtje naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Je ontvangt de WAT?! dan eenmalig kosteloos. Je kunt dan mooi even kijken of een abonnement ook iets voor jou is!