Een logeerpartij zonder eind

Een voetbaldoel met een bal ernaast in de tuin van het huis waar we vandaag aanbellen. In de huiskamer waar we gaan zitten, zien we een wand vol familiefoto’s. We zijn in het huis van Lucas, dertien jaar en brugklasleerling, en zijn opa en oma. Zij zijn de ouders van de moeder van Lucas. Een interview.

We zitten aan tafel. Lucas wiebelt op zijn stoel. Hij vindt het leuk om geinterviewd te worden. WAT?!-redacteur Michelle, zelf pleegkind, vraagt: ‘Hoe is het gekomen dat je bij je opa en oma in huis woont?’ Lucas legt uit: ‘Ik was een jaar of drie, vier, toen ik op een avond laat allemaal sirenes hoorde. Ik keek uit het raam naar buiten en zag politieauto’s voor onze deur staan. Mijn moeder en stiefvader werden meegenomen. Opa en oma kwamen mij halen en ik bleef bij hen.’

‘Ik begreep niet goed wat er aan de hand was,’ vervolgt Lucas. ‘Het bleek dat mijn stiefvader pedofiel was. Hij moest de gevangenis in. Mijn moeder wist iets van wat mijn vader had gedaan, maar zij durfde hem niet aan te geven omdat hij haar met van alles bedreigd had. Zij kwam ook voor korte tijd in de gevangenis terecht. Mijn moeder kwam snel weer vrij, maar mijn stiefvader heeft nog een poos in de gevangenis gezeten. Ik heb hem nooit meer gezien en ik heb ook geen contact meer met hem.’ Lucas vertelt ons het verhaal zoals het is. Hij is heel dat hij bij zijn opa en oma kan wonen. Hij heeft het er fijn en dat maakt dat hij geen last ervaart van wat er vroeger is gebeurd.

Jonger broertje
Lucas heeft een broertje van acht jaar dat bij zijn moeder woont. ‘Mijn broertje is geboren kort nadat mijn moeder uit de gevangenis is gekomen,’ vertelt Lucas. ‘We zijn halfbroertjes, want mijn stiefvader is zijn echte vader.’ ‘Is het niet raar dat je broertje wel bij je moeder woont en jij niet?’ vraagt WAT?!-redacteur Romena. Zij woont zelf ook bij haar oma woont, maar dan wel samen met haar twee zusjes. Lucas schudt verwoed zijn hoofd. ‘Nee, hij is niet jaloers dat ik bij opa en oma woon en ik ben niet jaloers dat hij bij mijn moeder woont. Mijn moeder woont hier vlakbij. We zien elkaar elke dag.’

Vader
Lucas is dol op zijn broertje. ‘Toen hij geboren was, heb ik hem wel een half uur in mijn armen gehouden. Ik ben heel goed met baby’s. Mijn broertje en ik kunnen prima met elkaar opschieten. Toen hij heel klein was en mijn moeder nog werkte, kwam hij overdag ook altijd hier bij opa en oma. Mijn broertje vraagt wel eens aan mij: “Hoe ziet mijn vader eruit? Mag ik hem ooit zien?” Dan leg ik hem uit dat ik niet denk dat dat zal gebeuren.

Wil je weten wat Lucas nog meer vertelde? En welke tips hij voor ons heeft? Het complete interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje aan wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Nieuw: app ‘Mijn Andere Thuis’ voor pleegkinderen’

Op 29 oktober is in het Kinderrechtenhuis in Leiden de app Mijn Andere Thuis gelanceerd. Dat gebeurde in aanwezigheid van Kinderombudsman Marc Dullaert. Ook de WAT?!-redactie was erbij. De app is er voor jou en heeft tot doel om hulp aan jongeren in pleeggezinnen te verbeteren. Hieronder 9 x vraag & antwoord.

1. Waar gaat de app over? De app ‘Mijn Andere Thuis’, is een online enquete met vragen over acht pleegzorgthema’s. Door hem in te vullen, kun je laten weten wat je vindt van de jeugdhulp in jouw gemeente.

2. Waarom een app? Jouw ervaringen zijn belangrijk. Ze kunnen de gemeente helpen om betere hulp te bieden.

3. Voor wie is de app? Voor jou als je 12 jaar of ouder bent en woont in een pleeggezin of gezinshuis.

4. Hoe ziet de app er uit? De app bevat 8 thema’s: gezinsvorm, veiligheid, begeleiding, duidelijkheid, samenwerking, school, continuiteit en zelfstandigheid. Elk thema start met ene filmpje, daarna volgen de vragen.

5. Hoe download je de app? Als jouw gemeente werkt met Mijn Andere Thuis, ontvang je via jouw pleegzorgbegeleider de downloadgegevens.

6. Hoe vul je de app in? Door bij elk thema de vragen in te vullen. Er bestaan geen goede of foute antwoorden. Het gaat om jouw ervaringen.

7. Wat gebeurt er met de antwoorden? Jouw antwoorden komen terecht bij de gemeente waar jij woont. Ze worden gebruikt om de jeugdhulp in jouw gemeente te verbeteren.

8. Hoe dan? Gemeenten die meedoen gaan op hun eigen manier aan de slag. Ze gaan activiteiten organiseren of sturen jouw informatie.

9. Is het anoniem? Alles wat je invult, blijft anoniem. Er wordt wel gevraagd om je contactgegevens in te vullen. Dat is om je op de hoogte te houden van de uitkomsten. Maar jouw gegevens zijn niet gekoppeld aan jouw antwoorden.

De WAT?!-redactie heeft de app al getest en ingevuld! Ga jij het ook doen? Wij zijn benieuwd naar je ervaringen! Laat het ons weten: wat@mobiel-pleegzorg.nl of ga naar onze Facebookpagina.

Extra: ontwerp een kwaliteitsstempel en win een prijs!

Gemeentes die Mijn Andere Thuis goed gebruiken, krijgen een keurmerk. Voor dit keurmerk moet een kwaliteitsstempel worden ontworpen. Stichting Kinderpostzegels vindt het leuk als jongeren het bedenken en heeft een wedstrijd uitgeschreven. Meedoen? Kijk op www.kinderpostzegels.nl voor meer informatie.

 

‘Dit is het eerste gezin dat mij begrijpt’

Irene (19) heeft ruim vijf jaar heen en weer gereisd tussen haar ouders en een aantal pleeggezinnen. In haar huidige pleeggezin heeft ze haar plekje gevonden. Wie is Irene en wat heeft zij meegemaakt? WAT?!-redacteuren Eva en Mees spraken met haar op een herfstige vrijdagmiddag, onder het genot van koffie, ice tea en koekjes.

Eva: ‘Waarom ben je thuis weggegaan?’ Irene: ‘Ik had knallende ruzies met mijn ouders. Een van de zaken waarover wij botsen, is het geloof. Mijn ouders zijn streng gelovig en ik minder. Ik respecteer hun keuze, maar ik wil zelf niet op die manier leven en geloven. Helaas is mijn geloofsbeleving voor hen onbespreekbaar. Daarnaast zorgde gebrekkige communicatie voor aanhoudende conflicten. Toen onze ruzies onhoudbaar werden, ben ik weggegaan.’

Heen en weer
‘Eerst heb ik een tijdje gewoond bij vrienden van mijn ouders bij ons in de buurt’, vervolgt Irene. ‘Daarna ging ik terug naar huis, want dat is toch wat iedereen wil: naar huis. Maar eigenlijk wist ik in mijn achterhoofd dat het niet goed zou gaan. En ik kreeg gelijk. En zo kwam het dat ik heen en weer ging: naar een pleeggezin, weer naar huis, naar een ander pleeggezin, weer naar huis……..ik kon nergens blijven. In augustus 2014 kwam ik in mijn huidige pleeggezin terecht. Ik moest ervoor naar een andere plaats verhuizen en naar een nieuwe school. Maar hier gaat het goed.’

Ingewikkeld
Eva: ‘Wat maakt dat het nu wel goed gaat?’ Irene: ‘Dit is het eerste gezin dat mij begrijpt. Het is, net als de vorige gezinnen, een gezin uit mijn eigen netwerk. Mijn pleegouders kennen mijn ouders. Ze hebben nu geen contact meer met hen. Dat werd te ingewikkeld. Ze zijn jong, 26 en 31 jaar, en hun dochtertje is pas twee. Dat is bijzonder. Wat ik hier kan voelen, is: ik mag mezelf zijn. En ze laten mij vrij in mijn keuzes.’

Ben je benieuwd naar wat Irene nog meer vertelde? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

‘Ik ben een waakhond en ik bijt graag!’

Sinds 2011 heeft Nederland een Kinderombudsman. Overal waar het niet goed gaat met de rechten van kinderen en jongeren, duikt hij op. Misschien heb je hem wel eens op de televisie gezien of over hem gehoord. Maar wie is die kinderombudsman eigenlijk? En is hij er ook voor pleegkinderen? De WAT?!-redactie mocht hem interviewen.

In een zaaltje van het Kinderrechtenhuis in Leiden ontmoeten wij de Kinderombudsman. Zijn naam is Marc Dullaert. Hij is hier vandaag om dezelfde reden als wij: opkomen voor de belangen van jongeren in pleeggezinnen tijdens de bijeenkomst van ‘Mijn Andere Thuis (zie pagina 7 van de nieuwe WAT?!-krant). Na een kennismakingsrondje, waarin Marc Dullaert uitgebreid naar onze pleegzorgervaringen vraagt, vuren wij onze vragen op hem af.

Veel jongeren kennen u nog niet. Wie bent u en wat heeft u met pleegzorg?
Mijn naam is Marc Dullaert, 52 jaar. In 2011 ben ik door de Tweede Kamer benoemd tot de eerste Kinderombudsman van Nederland. Ik heb zelf geen ervaring met pleegzorg, maar had wel een’(hele aardige!) tante die pleegkind was. Aan haar verhalen moest ik denken tijdens ons kennismakingsrondje.

Waarom is er een Kinderombudsman?
Nederland heeft in 1996 het internationale verdrag van de rechten van het kind getekend. Bijna alle landen in de wereld hebben dat gedaan. Het verdrag bestaat uit een stapel afspraken over kinderrechten, waaronder het recht om mee te praten over dingen die jou aangaan en het recht op bescherming. Dat is leuk en mooi, maar wie zorgt dat de dingen ook echt gaan gebeuren? Er moest een waakhond komen die zorgt dat het verdrag nageleefd wordt. Ik ben die waakhond!’

Wat doet u voor kinderen?
Ik geef advies, gevraagd én ongevraagd. Ik ga aan de slag met de klachten die binnenkomen en doe onderzoek als ik hoor dat het ergens niet goed gaat met de kinderrechten. Ik wil zorgen dat de maatschappij voor kinderen aangenamer wordt. Dat doe ik niet alleen. De Kinderombudsman is een organisatie waar veel mensen werken. Ik ben het gezicht van die organisatie.

Bent u er ook voor pleegkinderen?
‘Zeker! Ook in de jeugdhulp gaat er nog veel niet goed. Dan trek ik aan de bel, ik ga uitzoeken wat er aan de hand is en ik stop pas als ik tevreden ben met het antwoord.’

Wat dóet u dan precies voor ons?

Wil je weten wat Marc Dullaert hierop antwoordde? En wat hij nog meer vertelde? Het complete interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Stuur een mailtje naarwat@mobiel-pleegzorg.nl, dan sturen we je een exemplaar toe.

Rachel (18): 'Ik heb bij ons thuis al veel kinderen zien komen en gaan’

’Ik woon al zeventien jaar in hetzelfde pleeggezin. Mijn pleegouders, die geen eigen kinderen hebben, voelen als mijn echte ouders. Ik ben hun tweede pleegkind. Toen ik bij hen kwam, was er al een jongen. Hij werd mijn ‘oudere broer’. Na mij kwamen er nog tien pleegkinderen. Niet allemaal tegelijk hoor. En ze zijn ook niet allemaal gebleven, zoals ik. Maar ik heb ze dus wel allemaal gekend.

Ik was drie jaar toen er een meisje bij ons kwam wonen. Ze was drie jaar ouder dan ik. Ik vond het superleuk om een zus te hebben, want ik had alleen een broer. Soms was het minder, want ze deed soms heel raar tegen mij en mijn broer. Een jaar later verhuisden we naar een klein dorp. Ik kreeg veel nieuwe vriendinnetjes. Mijn broer had het ook al gauw naar zijn zin, maar mijn pleegzus niet. Het ging niet goed met haar. We hadden vaak ruzie en op mijn verjaardag wilde ik niet dat ze met mijn nieuwe speelgoed ging spelen. Ze werd zo boos dat ze me pijn heeft gedaan.

Mijn ouders besloten dat ze niet langer bij ons kon blijven. Mijn broer was heel blij toen ze weg was en deed een dansje. Ik deed mee, maar tijdens het dansen moest ik huilen. Ik was wel ‘mijn zus’ kwijt, iemand met wie ik bijna anderhalf jaar samen had gewoond. Na een tijd kwam er een jongetje van negen maanden bij ons wonen, heel gezellig. Mijn broer en ik hebben hem leren praten en lopen.

Een paar maanden na zijn eerste verjaardag werden we gebeld door jeugdzorg: het jongetje had een babybroertje gekregen had gekregen en of wij hem ook wilden opvangen. Mijn ouders wilden dat wel en ook mijn oudere broer en ik zeiden meteen ja. Een week later was het babybroertje er. Hij was pas drie weken oud, zelf was ik net zeven geworden. Spannend!

Ben je benieuwd naar wat Rachel nog meer vertelde? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

’Als ik een eigen plek heb...’

Wat is er allemaal nodig om je thuis te voelen in een ander gezin? Zo’n veertig pleegkinderen (13-16 jaar) gingen met deze vraag aan de slag tijdens het JiP-kamp 2015, hét zomerkamp voor jongeren in pleeggezinnen. Hun ervaringen en meningen delen ze hier met ons……

De JiP-kampdeelnemers werd (onder andere) gevraagd om allemaal de volgende zin af te maken: ‘Ik voel me thuis in een pleeggezin als……’ Op post-it memo’s schreven ze ieder hun eigen zin. De WAT?!-redactie mocht ze allemaal lezen en ons viel op dat veel deelnemers schreven over hoe belangrijk het is om een eigen plek te hebben. Dat snappen wij heel goed!

Wij kunnen de zinnetjes van de JiP-kampdeelnemers hier niet allemaal plaatsen. We kozen er daarom een paar voor je uit…. Misschien herken jij je er ook wel in!

Ik voel me thuis in een pleeggezin…..:
• als ik er helemaal bij hoor!
• als ze me zien, echt mij zien!
• als ik goed met mijn pleegouders kan praten en goede afspraken kan maken.
• als ik liefde krijg en een eigen plek.
• als ik goed met de anderen in huis kan opschieten.
• als ik me veilig voel.
• als iemand die toch nog een stukje liefde krijgt.
• als ik me op mijn gemak kan voelen.
• als pleegouders van je houden.
• als ik een eigen plekje heb en de mensen gezellig zijn.

Ben je geïnteresseerd in het hele verhaal? Het staat in de nieuwste WAT?!-krant. Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl, dan sturen we je een exemplaar toe.

‘Ik vind het fijn dat ze nu allemaal weten hoe het zit’

Het begon allemaal met een gesprek met haar klassenmentor. Nina (15) vertelde haar dat ze in een gezinshuis woont. Dit gezinshuis staat op een bijzondere plek: in het bos, op een groot terrein met meerdere gezinshuizen en een aantal leefgroepen. De klassenmentor zei dat Nina’s klasgenoten het interessant zouden vinden om te zien hoe Nina woont. ‘Zouden we met de klas een keer langs mogen komen?’ vroeg ze. Nina moest er even over nadenken, maar vond het al gauw een goed idee.

Nina weet als geen ander dat niet iedereen snapt hoe het is om niet bij je eigen ouders op te groeien. ‘Ik dacht bij mezelf: het is wel fijn als ze het weten.’ En zo gebeurde het dat haar hele klas op bezoek kwam!

Thuis
’We zaten met zijn allen in de tuin’, vertelt Nina ons over het bezoek. ‘Mijn pleegvader Huub vertelde het verhaal. Over hoe we hier wonen en over pleegzorg. Soms vulde ik het aan of gaf ik uitleg over mijn situatie. Daarna deden we een rondlelding over het terrein.’ Nina vertelt het ons alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om je hele klas thuis te ontvangen en te vertellen dat je in een pleeggezin woont. Wij, dat wil zeggen Michelle, Romy en Saskia, zijn diep onder de indruk. ‘Dat je dat durft!’ zegt Michelle. Nina lacht en bedankt haar voor het compliment.

Leuk
‘Wat voor reacties kreeg je?’ vragen we. Nina: ‘Ze vonden het leuk en interessant. Sommigen zeiden dat het mooi is, zoals ik hier woon en leef.’ Dat vinden wij ook! Het huis van Nina is ruim en licht en heeft een grote tuin en heel veel speelruimte.

Ben je benieuwd naar wat Nina nog meer vertelde? En welke tips ze voor je heeft? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

Thema: (pleeg-)ouders!

WAT?!-redacteuren gingen een ochtend met elkaar in gesprek over (pleeg-)ouders. Wat zijn goede (pleeg-)ouders voor jou? Wat verwacht je van ze? En hoe beleef je jouw gezinssituatie? Herken jij jezelf in er hier gezegd wordt? Wij zijn benieuwd!

Wat voor (pleeg-)ouders heb jij? Een vader en een moeder? Twee vaders? Twee moeders? Is je (pleeg-)vader of moeder alleen? Zijn je pleegouders ook je opa en oma of je oom en tante?

Het klassieke gezin
Er zijn heel veel gezinsvormen en -samenstellingen. Voor de wet bestaat echter alleen het ‘klassieke’ gezin met een vader en een moeder en eigen kinderen. In dit klassieke gezin is de rol van de ouders duidelijk. Je weet als kind wie er voor je zorgen en bij wie je moet zijn als je wat wilt. Van toestemming om naar een feestje te gaan tot lid wilt worden van een sportclub. En als je nieuwe kleren nodig hebt, weet je ook bij wie je moet zijn. Daarnaast is de band tussen ouders en kinderen duidelijk. Je weet bij wie je terecht kunt en wie er voor je zorgen.

Anders
In pleeggezinnen zijn veel dingen anders. Dan heb je, behalve je pleegouders, in veel gevallen ook eigen ouders. En een voogd. En een pleegzorgwerker. Vind je jouw thuissituatie normaal of bijzonder? Zeven ervaringen van jongeren uit de redactie:

Bijzonder
Charlotte: ‘Ik ben het gewend, maar voor anderen is het bijzonder. Ik woon bij een alleenstaande pleegmoeder en haar zoon. Zij hebben goed contact met mijn eigen ouders, net als ik. Ik moet altijd uitleggen hoe het zit.’
Rachel: ‘Ik heb pleegbroers en pleegzussen en woon bij pleegouders. Ik heb ook nog een eigen vader en moeder en halfbroertjes. Dat is bijzonder. Toch? Vooral voor anderen!’
Michelle: ‘Ik woon sinds drie jaar bij pleegouders. Ik heb ook nog twee zussen. Die wonen ergens anders. In mijn pleeggezin ben ik alleen, er zijn geen andere kinderen. Dat is volgens mij wel bijzonder. In de meeste pleeggezinnen zijn meer kinderen.’

Normaal
Roos: ‘Mijn nichtje woont bij ons, al heel lang. Voor mezelf is het heel gewoon. Voor anderen vaak niet. Je ziet meteen dat ze geen zusje van me kan zijn, omdat ze donker is. Ik moet het dus altijd uitleggen.’
Eva: ‘Ik vind mijn gezin eigenlijk heel normaal, ook al is het een komen en gaan van pleegkinderen bij ons. Ik heb een vader en een moeder en twee zusjes. Ik kan wel het verschil voelen als er pleegkinderen zijn. Dat is anders dan wanneer we weer even met zijn vijven zijn.’

Wennen
Saskia: ‘We zijn nog niet zo lang een pleeggezin. Binnenkort komt er weer een meisje (van mijn eigen leeftijd) bij ons wonen. Dat zal wel even wennen zijn.’
Melissa: ‘Ik woon bij twee pleegmoeders. Ik heb daar ook een pleegzusje. Daarnaast heb ik mijn eigen familie, die ik ook zie. Vooral het wonen bij twee pleegmoeders, is wel bijzonder. Dat komt minder vaak voor dan wonen bij een vader en een moeder.’

Het gesprek gaat nog verder. Ben je geïnteresseerd in het hele verhaal? Het staat in de nieuwste WAT?!-krant. Stuur een mailtje naar wat@mobiel-pleegzorg.nl, dan sturen we je een exemplaar toe.

Thema: (pleeg-)ouders!

‘Ik heb me ervan afgesloten’

Op een warme voorjaarsavond gaan we op bezoek bij Kevin (18). Hij woont in een klein dorp –‘je hebt hier alleen een kapper en een bloemist’- in het midden van het land. Twee jaar was Kevin toen hij in een pleeggezin ging wonen. Een bijzonder pleeggezin: zijn pleegouders waren een oom en tante. Toen hij tien was gingen zijn oom en tante scheiden en bleef hij bij zijn tante wonen. Kevin vertelt aan de WAT?! hoe dit voor hem geweest is.

Als we voorzien zijn van een drankje, vraagt Eva of Kevin kan vertellen waarom hij in een pleeggezin woont. Kevin: ‘Mijn moeder was zestien toen ze mij kreeg. Toen ze in verwachting van mij was, raakte ze verslaafd aan harddrugs. Mijn vader ging er al snel vandoor. Mijn oom - hij is de broer van mijn moeder - en tante hebben me vanwege de slechte situatie in huis genomen. Ik was toen twee jaar. In het begin heb ik erg om mijn nagels gebeten. Zo erg dat Nina, mijn tante, mijn vingers moest af tapen. Ik doe het nog steeds wel, maar veel minder erg.’

Nuchter
Toen Kevin tien jaar oud was ging het niet goed tussen zijn oom en tante. Zijn oom ging weg en Kevin koos er zelf voor bij zijn tante te blijven wonen. Hij vertelt het vervolg van zijn verhaal: ‘Na de scheiding ben ik gewoon doorgegaan met mijn leven. Ik ben wel nuchter en kan dat gewoon. Ik heb me ervan afgesloten. Wat betreft de scheiding: mijn oom was altijd al veel weg. Hij was al een keer eerder echt weg geweest, maar dus weer teruggekomen. Toen hij de tweede keer wegging, mocht ik beslissen of hij terug mocht komen. De eerste keer had ik nog wel een band met hem, maar de tweede keer was ik er helemaal klaar mee. Ik was ook boos op hem. Dat ben ik nu niet meer, maar het contact is erg matig. Ik ben hem wel altijd dankbaar dat hij mij in huis heeft genomen. Ik zie het als positief dat ik uit huis ben gehaald.‘

Wil je weten hoe Kevin na de scheiding verder ging met zijn leven, wat zijn toekomstplannen zijn en welke tips hij heeft voor ons? Lees het complete verhaal in de nieuwste WAT?! Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje aan wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

‘Soms word ik gek van dat wisselen’

Anderhalf jaar geleden werd Mark (13) uit huis geplaatst. Heel plotseling. ‘Jeugdzorg kwam me halen op school’, vertelt Mark ons. ‘In de auto onderweg naar mijn eerste pleeggezin, zeiden ze dat ik voorlopig niet terug naar huis kon. Mijn moeder kon niet meer voor mij zorgen. Ik begreep het niet. Het ging volgens mij prima. Ik was boos en verdrietig tegelijk.’

Eenmaal in zijn pleeggezin aangekomen, kreeg Mark te horen: “Hier woon je nu.’” Mark: ‘En daar zat ik. Mijn spullen kwamen drie dagen later.’ Hoe ging het? Kon je er wennen?, vragen wij. Mark: ‘Ik kon wel wennen, maar het ging niet zo goed. Ik had steeds ruzie met mijn pleegouders. Dat werd teveel. Ik ging toen naar een ander gezin.’ Hoe ging het overplaatsen? Mark: ‘Ik hoorde een week van te voren naar wat voor gezin ik zou gaan en in welke plaats dat was. Het ging daar veel beter.’

Voetballen
Ook in het tweede gezin bleef Mark niet lang. Het was, net als het eerste, een crisispleeggezin. Dat is een gezin waar kinderen voor korte tijd worden opgevangen. Sinds twee maanden woont Mark in zijn derde crisisgezin. Hoe vind je het hier?, vragen wij. Mark: ‘Het is hier drukker, omdat er meer kinderen zijn. Verder is het hier helemaal oké! Er zijn veel kinderen in de buurt. Ik ga vaak naar buiten om te voetballen.‘ Zijn er ook nadelen aan dit gezin? Mark, lachend: Jahaaa, dat ik hier in het weekend te vroeg naar bed moet!’ Om half tien al! In het vorige gezin was dat kwart voor elf.’

De waarheid
Wij vragen Mark of hij weet waarom hij anderhalf jaar geleden zo plotseling uit huis werd geplaatst. ‘Eigenlijk niet’, zegt Mark. ‘Ze hebben me niet alle details verteld. Er is me gevraagd om het ook niet aan mijn moeder te vragen als ik haar spreek. Het is beter voor mij als ik het hoor als ik wat ouder ben, zeggen ze. Daar ben ik best boos over. Ik wil de waarheid wel weten.’

Ben je benieuwd naar wat Mark nog meer vertelde? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

‘Het is fijn om op het podium te vertellen wat je hebt meegemaakt’

Het is woensdagavond. In een grote, vrij lege ruimte staan een jongen en een meisje met elkaar in te praten. Het gesprek vindt niet plaats in een huiskamer, maar in het theater! De jongen en het meisje zijn Thomas en Elise. Zij maken deel uit van een groep van elf jongeren met pleegzorgervaring die samen werken aan een theatervoorstelling.

De elf jongeren zijn zowel pleegkinderen als kinderen van pleegouders. In januari zijn ze begonnen met het vertellen over hun ervaringen. Aan elkaar én aan schrijfster/theatermaker Yvon de Haan (die zelf ook pleegmoeder is) en regisseur Nard Verdonschot. Zij maken er een complete voorstelling van die in mei in premiere gaat. Wij spraken met twee van de elf spelers: Thomas (13) en Elise (12).

Hoi Thomas, kun je ons vertellen waarom je meedoet met de voorstelling?
‘Ik woon zelf in een pleeggezin en via mijn pleegzus kwam ik op het idee. Zij had al vaker toneel gespeeld en het leek mij ook wel leuk.

Sinds wanneer woon jij in een pleeggezin?
‘Ik ben vorig jaar in het gezin gekomen waar ik nu woon. Daarvoor heb ik twee of drie keer in een ander gezin gewoond. Tussendoor ging ik steeds terug naar mijn eigen ouders. Nu ga ik niet meer terug. Ik blijf hier tot mijn 18e. Bij mijn ouders ga ik een keer per maand een weekend logeren.’

Hoe ziet jouw pleeggezin eruit?
‘Ik heb twee oudere zussen en een broer. Dat zijn de kinderen van mijn pleegouders. Er zijn hier nog twee andere pleegkinderen: twee meisjes van 1 jaar en 4 jaar.’

Wil je weten wat Thomas nog meer vertelde? En ook het interview met Elise lezen? Lees het complete verhaal in de nieuwste WAT?! Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje aan wat@mobiel-pleegzorg.nl

Kun je je hechten aan je pleegouders? En aan je pleegbroers/-zussen?

Over hechting wordt in de pleegzorg veel gezegd en geschreven. Het is een echt pleegzorgonderwerp. Ook in de WAT?!-redactie praten we er vaak over. Hechting gaat over vertrouwen en een band opbouwen met je ouders en met je broers en zussen (als je die hebt). Hoe doen pleegkinderen dat? Kun je je hechten aan je pleegouders? En de eigen kinderen van pleegouders? Hechten zij zich aan de kinderen die bij hen zijn komen wonen? Hieronder laten we jongeren zoals jij aan het woord over hun ervaringen.

Voor je verder leest, eerst nog even dit: er zijn veel definities van hechting. Het is best lastig om uit te leggen wat het precies inhoudt. Wij zeggen: ‘Hechting is dat je van iemand houdt en voor 100% vertrouwt. En dat je veilig bent bij iemand.’

Mees (16) zegt: ‘Het is moeilijk om afscheid te nemen als je een band hebt’
Bij Mees thuis worden kinderen voor lange tijd opgevangen. Ze zegt: ‘ Ik hecht me snel aan de pleegkinderen bij ons thuis. Je woont toch 24 uur per dag met ze samen, dus dan begin je je wel te hechten. Dat is helemaal niet erg, juist fijn. Zo krijg je een goede band. Het maakt het wel moeilijker om afscheid van ze te nemen wanneer ze weer weg gaan.’

Romy (18) zegt: ‘Je kunt je wel hechten aan je pleegouders’
Romy woont ruim 7 jaar in een pleeggezin. Ze vertelt:: ‘Ik denk dat je je als pleegkind wel kunt hechten aan je pleegouders, zeker als je het helemaal niet met je eigen ouders kunt vinden. Ik denk dat je vooral in het begin, als het pleegkind in het pleeggezin komt, veel aandacht moet besteden aan de hechting.’

Zou je nog meer ervaringen willen horen? Het volledige verhaal staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

WAT?!-redactie praat mee over pleegzorg tijdens Kinderrechtentop in Leiden

‘Pleegzorg mag niet stoppen op je 18e!’

Op 20 november 2014 vierde het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind haar 25e verjaardag. Op die dag vond in Leiden de Kinderrechtentop plaats. Honderden kinderen, jongeren en professionals kwamen er samen om te praten over kinderrechten in Nederland. De WAT?!-redactie was erbij en liet van zich horen tijdens een rondetafelgesprek over pleegzorg.

In een zaaltje boven in het Kinderrechtenhuis in Leiden zaten zo’n veertig mensen. Onder de volwassenen waren allemaal verschillende mensen die iets te maken hebben met pleegzorg, van pleegzorgwerker tot lid van de Tweede Kamer. Onder de jongeren waren pleegkinderen, kinderen van pleegouders en 18-plussers die net de pleegzorg hebben verlaten. Ook waren er leden van JongWijs, het netwerk voor jongeren met pleegzorgervaring.

Het gespreksonderwerp was de weg naar zelfstandigheid, oftewel: wat te doen als je 18 wordt en pleegzorg stopt? Interessant was dat de jongeren in de zaal uit eigen ervaring konden vertellen tegen welke problemen zij aanlopen. Wat kom je tegen als je 18 wordt, pleegkind bent en niet bij je pleegouders kunt blijven? We maken een lijstje:

  • Je pleegouders krijgen geen geld meer voor jou

  • Je krijgt geen zorg meer

  • Je moet zelf je financiele zaken gaan regelen

  • Je hebt je biologische ouders soms weer nodig, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een studiebeurs. Dat is lastig en niet altijd haalbaar, zeker als je al jaren geen contact meer met ze hebt

  • Je moet een woning vinden

  • Je moet aan allerlei instanties en hulpverleners je verhaal uitleggen

  • Je staat er alleen voor. Soms valt je hele netwerk (je pleegfamilie) uit elkaar omdat je niet meer bij je pleeggezin woont

  • Je moet omgaan met al je vrijheden en zaken als koken en op tijd naar bed gaan

  • Je weet niet waar je terecht moet voor informatie over bijvoorbeeld huisvesting

Wil je weten welke oplossingen jongeren hebben? Lees het complete verhaal in de nieuwste WAT?! Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

Daisy (15): ‘Ik voel me er helemaal bij horen’

Daisy (15) woont sinds haar 9e in een pleeggezin. Lang was ze er enig kind, maar sinds vorig jaar heeft ze een broertje. Hij heet Arthur en is het eigen kind van haar pleegouders Carilene en Jeroen. Dat vinden wij bijzonder. In de meeste pleeggezinnen waar we komen, zijn er eerst eigen kinderen en komen er pleegkinderen bij. Of er zijn alleen pleegkinderen. Daisy is dol op de kleine Arthur: ‘Het voelt alsof hij mijn eigen broertje is. En nee, niet als ‘meer’ omdat hij eigen kind is en ik niet.’

Daisy weet niet precies meer waarom ze destijds uit huis is geplaatst. Ze vertelt: ‘Het was omdat mijn moeder niet voor mij kon zorgen. Zij was alleen, mijn vader heb ik nooit gekend. Toevallig was hij een tijdje terug hier in de buurt. Hij is dj en ik zag zijn aanhangwagen staan bij de zaal waar hij plaatjes aan het draaien was.’ Over hoe dat was, wil Daisy niet veel kwijt. Ze zegt: ‘Ik wil geen contact met hem.’

Haar moeder heeft ze lang niet gezien. Gisteren heeft ze haar weer even gesproken. Dat was op facebook. ‘Ik zag haar na mijn uithuisplaatsing in het begin nog wel vaak. Om de week ging ik een dag naar haar toe. Dat werd steeds minder. Ze had vaak nieuwe vriendjes. Ik kon niet tegen die wisselingen. Nu hebben we soms maandenlang geen contact. Na het facebookbericht van gisteren is het weer even klaar voor mij. Ze heeft het alleen maar over zichzelf.’

We vragen Daisy of ze zich haar komst in het gezin nog kan herinneren. Ze lacht en zegt: ‘Ik was een ‘kerstkind’, want ik kwam hier op kerstavond! Het was voor tijdelijke opvang; mijn pleegouders waren toen nog crisisgezin en hadden al meer kinderen in huis gehad. Ik was de derde. De volgende dag ging ik meteen mee naar de familie. Ik weet nog dat ik schrok toen ik daar aankwam: het waren heel veel mensen!’

Wil je weten hoe het verhaal verder gaat? Het volledige interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

Marsha (17): ’Ik zie dit als handige stap op weg naar zelfstandigheid’

Aan de buitenkant ziet het Basishuis eruit als een groot woonhuis. Binnen zie je vooral in de keuken dat het een speciaal huis is. In dit Basishuis wonen zes jongeren die niet meer thuis kunnen wonen en hier leren op eigen benen te staan. Wat leer je hier allemaal? We vragen het aan Marsha (17) die er nu een paar maanden woont.

Marsha laat ons eerst de benedenverdieping zien. In de ruime woonkamer stelt ze ons voor aan Sander en Martijn, die samen zitten te gamen. Er is een grote open keuken met drie gasstellen, een wasruimte en een kast met schoonmaakspullen. De boodschap is duidelijk: je moet hier zelf koken, zelf wassen en zelf schoonmaken. Marsha: ‘Ik hou wel van koken en lust alles, dus voor mij is het niet zo moeilijk. De boodschappen doe je zelf. Je kookt namelijk alleen voor jezelf, dus niet gemeenschappelijk.’

‘Elke maandag krijg je vijftig euro. Daar moet je de hele week mee doen’, vertelt Marsha verder. Als je geld overhoudt, mag je dat voor iets anders gebruiken. Je moet gewoon een beetje goedkoop boodschappen doen, dan kom je er mee rond. De begeleiders houden ook wel in de gaten of je verstandig met je geld omgaat. Ik hou best vaak geld over en daar koop ik dan kleding of schoenen van. Ik ga elk weekend naar mijn ouders. Daarmee spaar ik ook geld uit.’

Wil je weten hoe het verhaal verder gaat? Het volledige interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

 

Sanne (17): ’Het is hier gezellig, maar het is niet mijn thuis’

Een woongroep kan gezellig zijn, leuk en leerzaam, maar het is nooit je eigen huis. Dat is de mening van Sanne* (17), die sinds twee jaar in een woongroep woont met in totaal vijftien jongeren tussen de 14 en 19 jaar. ‘Als je wilt kun je hier tot je 22e jaar blijven’, vertelt ze. ‘Dat vind ik wel een rustig idee.’

De woongroep van Sanne bestaat uit vier naast elkaar gelegen woningen die met elkaar in contact staan. In de huiskamer zien we een tv, een spelletjeskast en twee zitzakken om lui in te kunnen hangen. Er is een gemeenschappelijke tuin met een pingpongtafel en een tafelvoetbalspel. ‘We zijn best actief met elkaar,’ aldus Sanne. ‘Tv kijken en computeren doen we niet zo veel, wel samen buiten bezig zijn, tafeltennissen, met elkaar wat drinken en lezen. En in de zomer doen we watergevechten. Het is meestal gezellig en we hebben lol samen. Dat is wel het voordeel van een woongroep: je bent met leeftijdgenoten onder elkaar.’

Problemen thuis
In een woongroep kom je niet zomaar terecht. Ook Sanne heeft haar eigen verhaal. Ze vertelt ons: ‘Een paar jaar geleden kreeg ik grote problemen thuis. Mijn eigen moeder is bij ons weggegaan toen ik acht jaar was. Ze heeft borderline (een persoonlijkheidsstoornis, redactie). Het was en is moeilijk met haar om te gaan. Het was onrustig thuis. Mijn vader werkte en voor ons was er oppas, of we gingen naar andere mensen toe. Toen ontmoette mijn vader een vrouw met wie hij in 2007 trouwde. Het jaar erop zijn we met ons gezin verhuisd naar een andere plaats. Ik moest van school veranderen en ik wilde mijn nieuwe moeder niet aanvaarden. Zij deed haar best mij te helpen en te stimuleren, maar ik accepteerde die hulp niet van haar.’

Wil je weten hoe het verhaal verder gaat? Het volledige interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar wat@mobiel-pleegzorg.nl

Zomer in een stacaravan; ‘We komen hier al jaren en vieren er echt vakantie!’

Als het over vakantie gaat, gaan de dingen soms anders dan in ‘gewone’ gezinnen. Is vakantie anders als je in een pleeggezin woont? De WAT?!-redactie wil het graag weten en is op zoek naar jongeren in pleeggezinnen die daarover willen vertellen. Voor de vierde aflevering van ‘Pleegzorg & vakantie’ gaan we naar het mooie Zuid-Limburg. We bezoeken een groot pleeggezin, dat elke zomervakantie enkele weken in hun eigen stacaravan op een camping doorbrengt.

We zouden eigenlijk naar de camping, maar we worden bij het gezin thuis ontvangen. Rachel (12) vertelt: ‘Eigenlijk zouden we nu op de camping zijn. Onze hond was ziek geworden en daarom moesten we terug naar huis. Het was ook geen lekker weer meer; we hadden een paar dagen veel regen en het werd koud.’

Gedragsproblemen
Als Rachel het over ‘we’ heeft, bedoelt ze haar pleegouders, haar drie pleegbroers van 5, 9 en 16 jaar en haar pleegzusje van 11*. Een paar van hen hebben gedragsproblemen door autisme of ADHD. Op de camping, waar het gezin al jaren komt, heeft iedereen daar begrip voor. Op de camping is veel speelruimte waar alle kinderen zich lekker kunnen uitleven. Rachel: ‘Wij wonen mooi, maar willen ook graag even helemaal weg zijn in de zomer. Daarom brengen we elke zomer drie of vier weken door in onze stacaravan op een camping, heel ergens anders. Omdat we daar al jaren komen voelt het ook een beetje als thuis. We vieren daar echt vakantie.’

Stapelbed
Met vijf kinderen en twee ouders in één stacaravan…. past dat, vragen wij ons af? Rachel legt uit: ‘O ja hoor. De caravan is vooral bedoeld als slaapruimte. Mijn zusje en ik hebben ieder zelfs een eigen slaapkamer. Twee broers slapen in een stapelbed in een kamer en mijn jongste broertje slaapt bij mijn ouders.

Wil je weten wat Rachel nog meer te vertellen heeft? Lees het complete interview in de nieuwste WAT?! Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje aan wat@mobiel-pleegzorg.nl

JiP-kamptips 2014

Een vast onderdeel van het JiP-zomerkamp, hét kamp voor jongeren in pleeggezinnen in de Brabantse bossen, is de themaochtend over pleegzorg. De WAT?!-redactie was er weer bij. Lees hier de tips en wensen die de deelnemers (jongens en meiden van 13-16 jaar) ons hebben meegegeven!

‘Je kan er niet altijd iets aan doen dat je in een pleeggezin woont. Geef jezelf niet de schuld. Alles komt goed’

‘Blijf altijd jezelf en blijf je best doen. Probeer van iets wat minder leuk is iets leuks te maken. En denk altijd dat je het kunt!’

‘Word je gepest omdat je in een pleeggezin woont? Zeg dan tegen degene die dat zegt: ‘Je moet je mond houden!’

‘Blijf dicht bij jezelf, want dan ben je het sterkst. Doe je niet anders voor dan je bent’

‘Denk aan het geluk voor later’

‘Iedereen heeft een hart met een eigen verhaal. ‘Listen to your heart and your feet will follow’’

‘Besteed veel aandacht aan de mensen die er altijd voor je zijn. Pleegkinderen zijn net belangrijk als andere kinderen’

‘Probeer er het beste van te maken’

‘Twijfel niet aan jezelf’

‘Blijf jezelf. Ze moeten je tolereren (accepteren) zoals je bent’

‘Geef jezelf niet de schuld. Misschien ligt het wel aan je ouders’

‘Probeer te regelen dat je pleegmoeder of –vader de voogdij kan krijgen’

‘Probeer jezelf te zijn’

‘Je moet je emoties uiten en niet opkroppen. Dan krijg je niet van die ongecontroleerde woede-aanvallen waar je later spijt van krijg’.

‘Wat er ook gebeurt en wat mensen ook zeggen, blijf jezelf en volg je pad’

‘Wees jezelf’

‘Niet vergeten: je bent niet anders dan de kinderen van je school!’

‘Stay strong and never give up’

‘Be proud of yourself. Je bent mooi op je eigen manier. Trek je niets aan van anderen’

‘Doe wat je zelf wil en wees jezelf’

‘Durf te zeggen dat je pleegkind bent en als je wordt gepest: zeg dat dat niet leuk is’

‘Positieve gedachten zijn positieve krachten’

‘Ik lees graag verhalen in de WAT?!-krant’

‘Probeer je situatie te accepteren en kijk positief vooruit’

‘Geloof de mensen niet die zeggen dat het jouw schuld is. Je bent nog maar een kind. Er is nog tijd om te groeien, alles komt weer goed’

‘MOED! Respect! Tranen van geluk of verdriet. In je eigen gedachten rondhangen……’

‘Kijk niet alleen naar je ouders, maar ook naar jezelf’.

‘Deel je verhalen’

‘Je kunt overal overheen fladderen’

‘Het is niet jouw schuld dat jij in een pleeggezin woont. Er zit altijd een verhaal achter’

Chynthia (20): ‘Ik ben er trots op dat ik uit een pleeggezin kom. Ze hoeven me er niet om te pesten!’

Stel je voor dat je niet hier in Nederland geboren bent, maar helemaal aan de andere kant van de aarde, namelijk in Zuid-Afrika. Je bent 20 jaar en woont al sinds je 13e in een gezinshuis. Geen gezinshuis zoals we dat hier in Nederland kennen, maar een ‘township* vlak bij Port-Elizabeth. Ik heb het over Chynthia, die aan de WAT?!-lezers graag haar verhaal wil vertellen.

Terwijl ik, Eva, aan het wachten ben tot Chyntia thuis is van school, speel ik gezellig buiten op straat spelletjes met al haar pleegzusjes en de kinderen uit de buurt. Chyntia woont al zeven jaar in een huis van Thamsanqa. Thamsanqahuisjes zijn huizen waar kinderen in de township geplaatst kunnen worden. Ze worden alleen in een thamsanqa geplaatst als er geen familie of pleeggezin is om de kinderen op te vangen. Chyntia heeft zes pleegzusjes en een huismoeder (Ellen), die voor hen zorgt. Een heel meidenhuishouden dus!

Chyntia vindt het erg leuk dat ik haar wil interviewen en vooral dat ze ‘beroemd’ wordt in Nederland! We zitten samen in een rustig hoekje van het huis. Haar pleegzusjes mogen ons even niet storen. Toch komt er iedere keer wel eventjes iemand nieuwsgierig kijken.

Thuis
Waar ik erg benieuw naar ben is of Chyntia het Thamsanqahuisje waar ze woont ook echt als thuis ziet of meer als een opvanghuis. “Thuis!!”, zegt ze. Ik voel me hier erg op mijn plek en heb het erg naar mijn zin bij Thamsanqa. Alle huismoeders zorgen heel erg goed voor ons en zorgen ervoor dat we ons hier echt thuis voelen. Ik vind het leuk dat ik er elke keer weer nieuwe broertjes en zusjes bij krijg. Dat is soms ook wel lastig, maar vooral reuze gezellig!’’

Druk
‘Wat is er lastig?’, vraag ik. Chyntia: ‘Het is vaak erg druk hier in huis. Ik heb zes pleegzusjes en er komen ook nog vaak kinderen uit de buurt spelen. Als ik dan mijn huiswerk moet maken, is dat soms best lastig. Om het mezelf makkelijker te maken, blijf ik vaak wat langer op school zodat ik daar mijn huiswerk kan maken.’ Een slimme oplossing, vind ik!

Tante
Chyntia heeft geen contact meer met haar biologische ouders. Ze hebben haar, toen ze klein was, niet goed verzorgd en ze wil geen contact meer met hen. Ze vertelt: ‘Ik heb wel nog een tijdje contact gehouden met mijn tante. Ik ben daar zelfs een tijdje gaan wonen. Dat liep na een tijd niet goed meer. Mijn tante ging het slechte pad op en ik besloot ook met haar het contact te verbreken en terug te gaan naar Thamsanqa. Ik ben bang dat ik het zwarte schaap van de familie word als ik het contact weer oppak.’

Wil je weten hoe het verhaal verder gaat? Het volledige interview staat in de nieuwste WAT?!-krant. Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje aan wat@mobiel-pleegzorg.nl

’We proberen een tussenweg te vinden, met voor iedereen iets leuks’

Als het over vakantie gaat, gaan de dingen soms anders dan in ‘gewone’ gezinnen. Is vakantie anders als je in een pleeggezin woont? De WAT?!-redactie wil het graag weten en is op zoek naar jongeren in pleeggezinnen die daarover willen vertellen. Voor deze derde aflevering van ‘Pleegzorg & vakantie’ zijn we uitgenodigd door Roos (15). Haar ouders zijn pleegouders. In het gezin woont Chioma (12), haar pleegzusje én nichtje.

Vier kletsende en lachende meiden, die met zelfgebakken cake in de zonnige tuin zitten en ervaringen uitwisselen over hun vakanties. Dat belooft een gezellige middag te worden! Rachel en Mees, onze redactieleden, zijn op bezoek bij Roos en haar pleegzusje Chioma. Roos is 15 jaar, heeft een oudere broer (Koert, 19), een getrouwde zus (Marit ) en een pleegzusje: Chioma van 12. Zij is tien jaar geleden in het gezin gekomen. Roos: ‘Chioma is mijn nichtje. Ze is de dochter van mijn moeders zus.’

Nigeriaanse vader
Roos: ‘Ja, Chioma is mijn kleine zusje, al zien we er heel anders uit! Zij is zo donker door haar Nigeriaanse vader en ik ben zo licht van huid. Dat roept vragen op. Mensen kunnen zo verbaasd kijken. Het geeft nogal eens gedoe, bij de douane bijvoorbeeld. De eerste keer dat we met Chioma op vakantie gingen, wilde de douane haar eigenlijk niet doorlaten. ‘De volgende keer moet u wel de benodigde papieren meenemen,’ waarschuwden ze me mijn ouders. Sinds ze dat doen, is er niets meer aan de hand.’

Wil je weten wat Roos en Chioma nog meer te vertellen hebben? En hoe hun (pleeg-)ouders ervoor zorgen dat iedereen het leuk heeft? Wat is een Reveilweek en waar gaat Roos in haar eentje naartoe deze zomer? Lees het complete interview in de nieuwste WAT?! Wil je die ontvangen? Stuur een mailtje naar: wat@mobiel-pleegzorg.nl