WAT?! Online 6 - "Groot vs klein pleeggezin"

Zoals jullie wellicht al weten, komt de WAT?! tegenwoordig twee keer per jaar digitaal uit, via Facebook.
Heb je geen Facebook? Na iedere serie zullen alle 8 berichten ook op de website verschijnen.
Bij deze de zesde serie, de tweede serie van 2017, met als thema "Groot vs klein pleeggezin".

Benieuwd naar eerdere edities? De vorige WAT?! Online's:
WAT?! Online 1 - "18, en dan?"
WAT?! Online 2 - "Hechting"
WAT?! Online 3 - "Pleegzorg en school"
WAT?! Online 4 - "Feestdagen"
WAT?! Online 5 - "Bezorgde (pleeg-)ouders"

 

WAT  nr 2 2017 FB 9


Het tweede thema van de WAT?!-online is ‘Groot of klein pleeggezin?’ Wat is er fijn aan wonen in een groot pleeggezin, wat juist niet? En hoe is het om in je eentje bij pleegouders te wonen? Daarover gaat de volgende serie berichten. We bespreken voor- en nadelen, ergernissen, aandacht, eenzaamheid en meer……… We beginnen met een stelling: zie hieronder. Stuur ons je reactie. Wij zijn benieuwd!

 

WAT  nr 2 2017 FB 10


Dylan (13): ‘Ik woon met mijn broertje bij pleegouders. Zij hebben zelf twee kinderen. Verder zijn er nog drie andere pleegkinderen. Ik slaap op een kamer met mijn eigen broertje en de zoon van mijn pleegouders. Dat is leuk, maar soms ook irritant. Als ik boos ben of verdrietig, ga ik naar boven op onze kamer zitten, maar daar wil ik dan wel alleen zijn met mijn muziek. Dat gaat niet altijd, want dan komt bijvoorbeeld net mijn broertje binnen. Het lukt niet altijd om die dan weg te sturen. Maar ja, het is ook leuk om een kamer te hebben met zijn drieën. We zijn echt broers en doen veel samen.’

 

WAT  nr 2 2017 FB 11

 

 

WAT  nr 2 2017 FB 12


De ouders van Daniel (16) vangen regelmatig pleegkinderen op voor korte of langere tijd. Op dit moment wonen er vier kinderen bij hen. Daniël heeft zelf nog twee zussen, dus het is altijd druk in huis. En soms komt er nog wel eens een kind bij voor een paar dagen, een week of een maand. ‘Het is hier nooit saai’, vertelt Daniel. ‘Maar de andere kant is dat je altijd moet delen. Daar heb ik niet altijd zin, want soms moet je echt vechten om genoeg te krijgen. Dan eten we bijvoorbeeld soep met balletjes en zitten er nog maar een paar in de pan, omdat mijn broertje teveel heeft gepakt. In het weekend is er altijd ruzie over de eerlijke verdeling van de chips en de nootjes. En als ik aan tafel een verhaal wil vertellen, trekt een ander kind de aandacht weg.’ Daniel is wel gewend aan deze situatie en heeft nog wel wat tips. Hier komen ze!

 

WAT  nr 2 2017 FB 13

 

 

WAT  nr 2 2017 FB 14


Naomi (17): ‘Ik woon in een pleeggezin met twee andere pleegkinderen en twee eigen kinderen. Ik vond het moeilijk in het begin om mijn plek te vinden. We hebben veel regels over meehelpen in huis en kamer opruimen enzo. In het begin wilde ik alles perfect doen en deed ik mijn taken zo goed mogelijk. Steeds was ik bang dat mijn kamer niet netjes genoeg was of dat ik de afwasmachine niet goed had uitgeruimd. Nu is dat voorbij gelukkig. Ik weet dat ik mag blijven en maak me minder druk of ik het wel goed doe.’

 

WAT  nr 2 2017 FB 15


De WAT?!-redactie stelt vast – na heel veel interviews en gesprekken met heel veel jongeren- dat er in zowel grote als kleine pleeggezinnen dezelfde soort regels zijn. Waarover gaan deze?
- Weektaken (tafeldekken, afwasmachine in/uitruimen, kamer opruimen, hond uitlaten etc).
- Huisregels (bedtijden, computertijden, tv kijken, gebruik van je mobiel)
- Zakgeld
- Kleedgeld
- Uitgaan (welke dagen en eindtijden)
- Het eten (etenstijden of bijvoorbeeld zaterdag pizzadag)

Welke verschillen zijn er?

Het grootste verschil is dat in grote gezinnen de huisregels vaak opgeschreven zijn. In de keuken hangt een rooster met taakverdelingen. In kleine gezinnen is dat niet nodig. Of zoals Cindy (17) het zegt: ‘De huisregels zijn er wel, maar we hoeven het er niet over te hebben. Meehelpen met tafeldekken enzo, dat gaat vanzelf. Dat we op zondagochtend altijd samen ontbijten bijvoorbeeld, dat ís gewoon zo. Ik weet niet beter.’

 

 WAT  nr 2 2017 FB 16


Veronique (19): ‘Ik viel van een druk nest waarin de vleugels gebroken waren in een warm, minder druk nest waar de vleugels mij (te) stevig vastpakten. Ik kom uit een gezin waar altijd drukte was, altijd chaos, stemmen, geluid, mensen die binnen konden lopen. Nu leef ik in een gezin waar het vooral rustig is, waar structuur is en waar maar twee mensen mij van zo dichtbij ‘omringen’. Ik ben enig kind in mijn pleeggezin.

In het begin voelde het gek om alleen te zijn, omdat ik gewend was met mijn zussen te zijn. Later werd het steeds fijner: ik hoefde mij niet te vergelijken met andere pleegkinderen of biologische kinderen, dus mijn pleegouders moesten wel een beetje van mij houden. Ik kon vertrouwen opbouwen, zonder dat ik aandacht hoefde te verdelen en te zorgen voor anderen in huis.

Mijn pleegouders hadden alle aandacht voor mij, wat mij heel erg heeft geholpen in mijn weg en proces. Een klein pleeggezin geeft mij rust, veiligheid en vertrouwen. Soms is het natuurlijk gek of saai om alleen te zijn. Soms wilde ik graag zorgen, wilde ik graag een zusje. Het gekke is dat dat niet per sé mijn biologische hoefden te zijn. Ik miste op dat moment ‘iets’ maar niet per se iemand.

Alleen wonen kan fijn zijn: extra aandacht, veel liefde, geen concurrentie, minder angsten, veel ondersteuning. Wat moeilijk kan zijn, is het gevoel dat alle aandacht op jou gericht is. Zelf moet je je patroon van zorgen voor anderen loslaten. Verder is er minder afleiding, dus je komt jezelf meer tegen. Je hebt geen ‘maatje’ in sommige gevallen en het kan saai zijn. Wel heb je alle rust als je thuis komt en kan de band met je pleegouders sterker worden. Het kan en dat is míjn ervaring), voor minder onzekerheid en angst zorgen en je veilig voelen. Een plek waarin je rust hebt, jezelf kunt zijn en kunt ontwikkelen.’