WAT?! Online 4 - "Feestdagen"

Zoals jullie wellicht al weten, komt de WAT?! tegenwoordig twee keer per jaar digitaal uit, via Facebook.
Heb je geen Facebook? Na iedere serie zullen alle 8 berichten ook op de website verschijnen.
Bij deze de vierde en laatste serie van 2016, met als thema "Feestdagen".

Benieuwd naar eerdere edities? De vorige WAT?! Online's:
WAT?! Online 1 - "18, en dan?"
WAT?! Online 2 - "Hechting"
WAT?! Online 3 - "Pleegzorg en school"

 

WAT  nr 5 FB 10


Als Sinterklaas weer in het land is, mag je je schoen zetten. Het is een traditie die in veel gezinnen hetzelfde is. Meestal doen kinderen dat totdat ze een jaar of tien zijn. Daarna houdt het op. Ook Tarik (12) zette jarenlang zijn schoen. Hij woont met zijn oudere broertje (14 jaar) al zijn hele leven in hetzelfde pleeggezin. Er wonen nog meer kinderen voor korte of langere tijd in huis. Sinds een half jaar woont er een meisje ben hen: zijn nieuwe pleegzusje. Ze is negen jaar. Haar komst bracht voor Tarik wat veranderingen met zich mee. Hij moest erg wennen aan haar – ze is nogal druk, aldus Tarik-, maar één ding was in elk geval positief: ‘Doordat zij er is, mogen we allemaal onze schoen weer zetten!’ Wat er in zat dit jaar?

 

WAT  nr 5 FB 11


December is cadeautjesmaand. Ook voor jou? De WAT?!-redactie stelt vast dat er verschillen kunnen zijn binnen het pleeggezin als het gaat om cadeautjes krijgen. En dat dat kan leiden toe JALOEZIE. Lees hieronder de Sinterklaasverhalen van Eva (14) en Ernst (12):

Eva, eigen kind van pleegouders vertelt: ‘Op de ochtend van Sinterklaas ligt er een brief voor mij en mijn zusjes en pleegzusjes. Daarin staat waar wij de cadeaus kunnen vinden. Vorig jaar was dat op zolder. Mijn ene pleegzusje wist toen nog niet eens dat we een zolder hadden! Mijn twee pleegzusjes vieren ook Sinterklaas bij hun vader. Dubbele cadeaus dus. Ik ben er niet jaloers op. Het maakt mij niet uit. Zij hebben toch ook hun eigen familie?’

Ernst, woont in een pleeggezin: ‘Er wonen hier veel kinderen. We zijn met zijn zevenen!. Mijn pleegzusje (ze is 9 jaar) krijgt met Sinterklaas altijd heel veel cadeaus van haar moeder. Ik vind dat wel vervelend, want ik krijg nooit wat van mijn eigen familie. Vorig jaar kreeg ze een nieuwe telefoon. Die had ik ook wel willen hebben. Mijn pleegouders vertellen mij dan dat niet alles voor iedereen hetzelfde is. “Soms heeft het ene kind geluk en soms het andere”, zeggen ze. Mijn pleegouders letten goed op dat hier alles hetzelfde is. We krijgen evenveel cadeautjes met Sinterklaas en het is ook altijd gezellig. Dan vergeet ik weer dat ik jaloers was.’

 

WAT  nr 5 FB 12

 
Bram (15): Mijn ouders konden niet voor mij zorgen. Mijn vader ging weg toen ik drie jaar was. Ik weet niet veel van hem, behalve dat hij in het buitenland woont. Mijn moeder kon het niet aan om alleen voor mij en mijn oudere broer te zorgen. Ze werkte heel veel en was depressief. Wij zaten vaak alleen thuis. Mijn oma kwam in het begin vaak, maar zij kon ons niet aan. Op een dag gingen we naar een crisisgezin en daarna kwam ik hier. Mijn broer ging naar een ander gezin. Sinds een half jaar woont hij op kamers (in een begeleid-wonen project, redactie).

Ik vier Kerst altijd in mijn pleeggezin en ga op ‘derde’ kerstdag altijd naar mijn moeder. Mijn broer komt ook. Er zijn dan ook nog een paar tantes, een oom, mijn twee nichtjes en mijn neef. Dat is leuk. Het is er anders dan hier in mijn pleeggezin. Wat rommeliger en we hebben geen kerstdiner ofzo. Maar het is leuk om iedereen te zien. ’s Avonds ga ik altijd weer naar huis, naar mijn pleeggezin. Ik vind het prima zo. Mijn broer zie ik daarna ook nog wel. Hij woont hier niet ver vandaan. Meestal komt hij een dagje hier langs en soms viert hij hier Oud & Nieuw’.

 

WAT  nr 5 FB 13


Welke van de vier antwoorden op onze ‘vraag van de maand’ past het best bij jou? En heb je misschien een goede tip voor jongeren die nog niet zo lang in een pleeggezin of gezinshuis wonen?

 

WAT  nr 5 FB 14


Zaineb (15): Mijn tip voor andere kinderen die in een pleeggezin wonen en net als ik een Marokkaanse familie hebben: vraag je pleegouders of ze een Marokkaans kookboek kopen. En vraag dan of je mag helpen met koken als ze recepten gaan proberen. Dan leer je het zelf ook.

Wat ik lekker vind? Couscous met lamsvlees. En zoete dingen, zoals amandelkoekjes en dadelflapjes. Maar ik hou ook van Nederlands eten hoor! Dat is heel anders dan Marokkaans eten. Mijn pleegmoeder kan alles maken: tomatensoep, macaronischotel, stamppot (ja, dat vind ik heel lekker) en kip uit de oven. Ze bakt ook goede appeltaart en lekkere broodjes. En ze maakt (gelukkig) nooit varkensvlees, want dat eet ik niet.

Ik vind het leuk dat we met Kerst dingen eten uit verschillende landen. Mijn moeder, die sinds een paar jaar ook komt, vindt dat fijn. We hebben vaak gesprekken over het eten als ze er is.’

 

WAT  nr 5 FB 15


‘‘Ik liep het trapje af en zag de vlammen van de open haard; ons vakantiehuisje zag er heel knus uit. We hadden net gewandeld en onze voetenstappen in de sneeuw achtergelaten. Kaarsjes stonden nu aan, de kachel was aan het branden en de kaasfondue stond al klaar. December: de maand waarin ik jarig ben, sinterklaas jarig is en ook de ‘’Kerstman’’ cadeautjes uitdeelt. Vandaag was het mijn verjaardag. Ik voelde mijn maag al samentrekken; een zwaar en leeg gevoel vulde mijn buik en ik begon me steeds meer zorgen te maken: ik wilde geen cadeautjes, want ik verdiende niks. Ik was bang dat ik die liefde in geen enkele vorm terug zou kunnen geven aan mijn pleegouders.

Ik wilde ook geen ‘materiaal’ omdat ik me niet schuldig wilde voelen. Natuurlijk wilde ik niet vergeten worden, maar het schuldgevoel, verdriet en de somberheid liet mijn hart zo erg krimpen dat een cadeautje krijgen meer pijn bracht dan vreugde. Ik schreeuwde, huilde, wilde weg en voelde me gevangen in mijn lichaam. Hoe kon ik nu zo gemeen zijn om niet blij te zijn met een cadeautje en niet lief en vrolijk te reageren?! Mijn hart vulde zich met golven van verdriet, leegte, eenzaamheid en waardeloosheid; het gevoel dat ik geen liefde mocht krijgen. Dat ik er niet mocht zijn. Cadeautjes ontvangen gaf me het gevoel dat ik nóg liever moest zijn. Uiteindelijk zijn de kleinste dingen de allerfijnste dingen. Een warme knuffel is het grootste cadeau wat iemand mij kan geven. Dat is voor mij oprechte liefde: En vanuit daar is cadeautjes ontvangen ook wat minder eng, weet ik nu.’

 

WAT  nr 5 FB 9


Marloes (18) ging op haar vijftiende naar een pleeggezin, zes jaar nadat haar moeder was overleden en ze een moeilijke tijd had. Ze kwam in een gezellig gezin met drie dochters. Ze voelde zich er snel op haar gemak en draaide al gauw mee in het ritme van het gezin. Toen werd het december - Marloes woonde er een half jaar- en de kerstvakantie stond voor de deur. Het gezin had een jarenlange traditie om met de familie op wintersport te gaan en Marloes ging mee. Het werd haar allereerste skivakantie. Daarover vertelt ze het volgende verhaal:

‘We gingen niet alleen met ‘ons’ gezin. Ook opa en oma gingen mee, een paar ooms en tantes en nog drie nichtjes. We zaten in een groot huis in Frankrijk. Vanaf het eerste moment vond ik het heel gezellig en bijzonder. Ik was met een ‘vreemde’ familie op vakantie, maar voelde me heel erg thuis. Geen enkel moment heb ik me anders of buitengesloten gevoeld.

Ik had nog nooit geskied en ging op les. Als enige, want de anderen konden het al supergoed. Voor mij geen punt, ik het allemaal geweldig. Iedereen was zichzelf en genoot, ik ook. Na het skiën kookten we samen, aten samen. Elke dag een driegangenmenu! Aan tafel hadden we gezellige gesprekken. Zo leerde je elkaar beter kennen en je merkte dat dat goed was voor de familieband. Dat vond ik fijn om mee te maken. We deden ook spelletjes, waaronder een kerstbingo. Alles gebeurde om mij heen en ik deed gewoon mee, zo fijn!

Ik had in die vakantie de mooiste kerst die ik ooit had gehad. Het was een unieke ervaring in alle opzichten. Na die vakantie heb ik nog een halfjaar in het gezin gewoond. Daarna ben ik naar een ander pleeggezin gegaan. Wat uiteindelijk niet lukte, en dat klinkt misschien gek, was het voelen van een ‘klik’. Het was allemaal heel gezellig, maar ik miste de diepgang. Ik deelde mijn vrolijke kant – en dat was heel fijn- , maar niet mijn verdriet en boosheid. Ik merkte dat ik me steeds vaker terugtrok op mijn kamer. Op geen gegeven moment ben ik weggegaan. Ik denk dat het gezin te graag wilde dat ik mezelf was. En dat het daardoor niet lukte. Ik blijf hen altijd dankbaar dat ik er heb mogen wonen. Ik had er een fijne tijd en kon er vrolijk zijn. Ik heb nog een tijd in een ander gezin gewoond en woon inmiddels op mezelf.’

 

 WAT  nr 5 FB 16