WAT?! Online 5 - "Bezorgde (pleeg-)ouders"

Zoals jullie wellicht al weten, komt de WAT?! tegenwoordig twee keer per jaar digitaal uit, via Facebook.
Heb je geen Facebook? Na iedere serie zullen alle 8 berichten ook op de website verschijnen.
Bij deze de vijfde en eerste serie van 2017, met als thema "Bezorgde (pleeg-)ouders".

Benieuwd naar eerdere edities? De vorige WAT?! Online's:
WAT?! Online 1 - "18, en dan?"
WAT?! Online 2 - "Hechting"
WAT?! Online 3 - "Pleegzorg en school"
WAT?! Online 4 - "Feestdagen"

 

WAT  nr 2 2017 FB 1


Hoe bezorgd zijn jouw (pleeg-)ouders? Daarover gaat deze WAT?! online. Iedere jongere, pleegkind of niet, krijgt te maken met de wens om een eigen leven te krijgen. Dat betekent: de wereld ontdekken, uitgaan, vriendschappen opbouwen etcetera. Je kunt dan te maken krijgen met bezorgdheid van je (pleeg-)ouders. Ze maken zich zorgen of je het allemaal wel goed gaat zonder hun toezicht…. Daar gaan we het over hebben. We beginnen met een vraag: zie hieronder. Stuur ons je reactie. Wij zijn benieuwd!

 

WAT  nr 2 2017 FB 2


Marleen (16): ‘Af en toe denk ik wel eens dat mijn pleegouders over mij bezorgder dan over hun biologische kinderen toen zij mijn leeftijd hadden. Ja, het is waar en ik weet waarom: ik ben andermans kind, dus op mij zijn mijn ouders extra zuinig. Maar het is ook omdat hun eigen kinderen volwassener waren dan dat ik ben op mijn leeftijd. Over sommige dingen ben ik het niet met hen eens, maar ja, dat heeft elke puber toch? Dingen die niet mogen wegen haast niet op tegen de leuke dingen en herinneringen die ik met hen heb! Ik woon er nu bijna 10 jaar en ik heb heel veel leuke dingen meegemaakt en daar ben ik heel blij mee. Dus als jouw pleegouders best bezorgd zijn, wees niet bang dat ze altijd bezorgd zullen blijven. Ik heb dat ook gedacht. Maar je mag steeds meer als je maar laat zien dat je ‘t aankan! En heb vooral geduld en ga niet zeuren, want dat helpt helemaal niet!!’

 

WAT  nr 2 2017 FB 3

 
Tara (19): ‘Vroeger dacht ik altijd dat mijn pleegouders streng waren. Ik moest stipt om twaalf uur thuis zijn, terwijl al mijn vriendinnen tot het einde van een feestje mochten blijven. Mijn pleegzus die drie jaar ouder was, had dezelfde regels als ik. We mochten ook nooit buiten chillen met vrienden. Onze pleegouders hadden liever dat we gewoon thuis afspraken. We hadden ook allemaal een eigen bedtijd. Mijn pleegzus en ik klaagden veel tegen elkaar.

Soms voelde we ons een beetje klein gehouden. Mijn pleegzus en ik gingen altijd samen stappen. Zij vond soms dat het mijn schuld was dat ze zo weinig mocht, omdat ik jonger was. Tot ik een keer zonder mijn zus zou gaan stappen en aan mijn pleegouders vroeg of ik tot het einde mocht blijven, zodat ik met vriendinnetjes mee naar huis kon fietsen. Tot mijn verbazing zeiden ze meteen ja. Toen ik vroeg waarom ze er zo makkelijk ja op zeiden, was hun antwoord. 'Als je het zelf kunt vragen ben je er aan toe.'

Nu ik ouder ben en op mezelf woon, weet ik dat mijn pleegouders niet overbezorgd zijn of te beschermend, maar per pleegkind kijken wat ze aankunnen. Mijn pleegouders zijn niet overbezorgd, ze zijn heel oplettend. Ieder kind heeft regels en structuur nodig, maar overal valt over te praten. Nu ik op mezelf woon, mis ik hun structuur en regels zelfs! Mijn pleegmoeder zit niet meer achter mijn broek aan om mijn kamer op te ruimen. En als ik ga stappen, kom ik vaak veel te laat huis. Daar heb ik dan de volgende dag spijt van.’

 

WAT  nr 2 2017 FB 4


Mark (16) wilde naar de verjaardag van een vriend aan de andere kant van de stad. Het was op een vrijdagavond. Het feestje zou om 21.00 uur beginnen en duren tot 2.30 uur. Mark had er zin in, maar was bang dat zijn pleegouders het niet goed vonden dat hij ging. Hij wilde namelijk tot het einde blijven en moest alleen terugfietsen. Hij durfde er niet over te beginnen. Pas op de avond van het feest vertelde hij zijn pleegouders dat hij over een uurtje weg zou gaan. Mark: ‘Dat was niet heel handig. Ze waren boos omdat ik er zo laat mee kwam. Maar gelukkig snapten ze ook dat ik er graag heen wilde en tot het einde wilde blijven. Ik mocht er toch naar toe als ik iemand vond om mee terug te fietsen. In het plaatje hieronder zie je hoe ik het heb aangepakt. Succes!’

 

WAT  nr 2 2017 FB 5


Herken je het verhaal van Olivier? Wij hoorden dit vaker van jongeren die bij hun opa en oma woonden. Laat het ons weten als jij, net als Olivier, ook bij je opa en oma woont.

 

WAT  nr 2 2017 FB 6

 

 

WAT  nr 2 2017 FB 7


Nena (19) woont in een pleeggezin en vroeg zich af waarom haar pleegouders soms zo bezorgd zijn. Dit is haar verhaal: ‘Bezorgdheid van (pleeg)ouders kan heel beknellend en overheersend zijn: Ik heb het gevoel dat het zoveel verschilt met hoe mijn biologische ouders met mij omgingen, dat ik het moeilijk vind deze bezorgdheid te accepteren. In het begin wilde ik alles perfect doen, en snapte ik de bezorgdheid. Ik vond het zelfs erg fijn, omdat ik graag aan ‘hun eisen’ voldeed en me graag een klein, afhankelijk meisje wilde voelen.

De laatste jaren sloeg het om en wilde ik toch graag groot zijn, volwassen, mijn eigen keuzes maken. Ik moest misschien een hoop inhalen, maar merkte dat het heel ‘zwart-wit’ kon voelen; mijn pleegouders wilden mij graag nog vasthouden, bang dat hun kleine meisje groot zou worden en het gevoel dat ze al niet lang van mij konden ‘genieten’. Vooral die strijd en dubbele positie vond ik moeilijk. Het voelde alsof ik ‘gesplitst’ leefde: voor vrienden ‘groot’ en voor hen ‘klein’.

Ze willen graag weten wat ik wanneer doe, ze willen niet dat ik ‘over mijn grenzen ga’ en willen mij telkens beschermen hierin, waardoor ik het gevoel heb dat ik soms geen ruimte heb om fouten te maken. Het voelt alsof anderen meer mogen. En als ik dit bespreek, blijkt dit vaak ook zo te zijn. Dit is vooral omdat mijn pleegouders denken dat ze mij, meer dan ‘normale’ jongeren, moeten beschermen.

Aangezien ik vroeger veel zelfstandig gedaan heb, zowel in praktische als emotionele zin, vind ik het erg moeilijk om te voelen dat pleegouders zo begaan kunnen zijn, en vooral zo bezorgd: ik vind het belangrijk om mijn eigen keuzes te maken, zelf dingen uit te proberen en niet telkens alles te hoeven verantwoorden. Ik denk dat ze deels heel erg gelijk hebben en hun gevoel heel logisch is, maar dat het wel belangrijk is er een balans in te vinden. Ik ga me door heel veel bezorgdheid juist angstig, verdrietig, onbegrepen, eenzaam en incompetent/onzeker voelen: al weet ik dat alles uit liefde en met goede bedoeling bedoeld is.’

 

 WAT  nr 2 2017 FB 8