WAT?! Online 3 - "Pleegzorg en school"

Zoals jullie wellicht al weten, komt de WAT?! tegenwoordig twee keer per jaar digitaal uit, via Facebook.
Heb je geen Facebook? Na iedere serie zullen alle 8 berichten ook op de website verschijnen.
Bij deze de derde serie, met als thema "Pleegzorg en school".

Benieuwd naar eerdere edities? De vorige WAT?! Online's:
WAT?! Online 1 - "18, en dan?"
WAT?! Online 2 - "Hechting"

 

WAT  nr 5 FB 1

 

Romy (19): ‘Op school had ik een gesprek met mijn klassenmentor. Dat gesprek ging over het feit dat het bij mijn oom en tante thuis niet goed ging. Ik was 14 en woonde al een tijdje bij hen. Een paar dagen daarna is definitief besloten dat mijn broertje – hij was toen 12 - en ik daar weg moesten.

Het was op een dag dat ik beneden zat dat mijn klassenmentor mijn tante belde. Mijn tante vertelde ons daarna dat mijn broertje en ik voor een aantal weken bij mijn klassenmentor konden verblijven. Dit was even schrikken, maar het was ook een opluchting dat we niet naar een crisisopvang hoefden.

Ik weet nog goed dat mijn tante mijn broertje en mij wegbracht naar ons tijdelijke nieuwe adres. Mijn tante bleef even en ging daarna weg. Het is heel raar als je opeens in de woonkamer van je klassenmentor en haar gezin zit. Mijn broertje had haar nog nooit gezien.

Het is gek om dan opeens je klassenmentor met ‘je’ aan te spreken en bij haar voornaam te noemen. Op school zei ik ‘mevrouw’ en thuis noemde ik haar bij haar voornaam. Soms vergiste ik mij weleens in de les. Leerlingen wisten niet precies hoe het zat tussen mijn klassenmentor en mij. Ze gingen lopen gokken hoe dat dan zat. Hier beleefden een vriendin en ik veel lol aan.

Mijn klassenmentor geeft Frans. Gelukkig haalde ik daar altijd al hoge cijfers voor! In de tijd dat ik bij haar woonde, maakte ze vaak grappige opmerkingen: dat ik wel extra goed moest leren voor Frans enzo. Ze ging me ook overhoren.

Ik heb ongeveer zes weken bij mijn klassenmentor gewoond, samen met mijn broertje. Ik voelde me heel snel op mijn gemak bij haar in huis en dat is zo gebleven. Ik heb daarna nog twee jaar bij haar in de klas gezeten. Ik kom nog steeds weleens bij haar thuis.’

 

WAT  nr 5 FB 2


De ouders van Eveline (13) vangen al jaren pleegkinderen op. Momenteel wonen er twee meisjes bij hen, een tweeling van 10 jaar. Eveline: ‘Op de basisschool wist iedereen het wel, maar nu, in de brugklas, begon het uitleggen hoe ons gezin in elkaar zit weer opnieuw. Ik wist dat het zou gebeuren, want dat is altijd zo als je ergens nieuw komt of als nieuwe vriendinnen voor het eerst met je mee naar huis komen.

Het begint altijd met uitleggen dat pleegzorg iets anders is als adoptie. Wat ik elke keer weer gek vind, is dat adoptie blijkbaar normaal is en pleegzorg niet. Adoptie is, denk ik, makkelijker te begrijpen.

Bij adoptie komt er iemand bij je wonen en die blijft gewoon voor altijd. Bij een pleegkind zijn er altijd vragen. ‘Hoe lang blijft hij dan?’; ‘Waarom doen je ouders dit?’; ‘Krijg je nog wel genoeg aandacht?’; ‘Hoe gaat dat met de echte ouders van het kind?’

Ik ben wel gewend om het steeds weer uit te leggen en vragen te beantwoorden. Wat ik wel leuk vind is om te vertellen dat het ook veel leuke kanten heeft, zoals gezelligheid, dat het nooit saai is thuis en dat het fijn is om andere kinderen te kunnen helpen. Meestal snappen anderen het dan beter waarom je ouders pleegouders zijn.’

 

WAT  nr 5 FB 3


De WAT?!-redactie krijgt regelmatig berichten van jongeren die voor school een werkstuk of spreekbeurt over pleegzorg aan het voorbereiden zijn.

Op de basisschool gaat het meestal om spreekbeurten. Op de middelbare school is pleegzorg een populair onderwerp voor een werkstuk voor het vak Nederlands, Levensbeschouwing of (op het vmbo) het vak ‘Verzorging’. Kijk maar eens op www.scholieren.com voor voorbeelden!

Wat is er leuk én nuttig aan een spreekbeurt of werkstuk over pleegzorg? Vijf ervaringen van jongeren in pleeggezinnen:

1. Je klasgenoten weten allemaal in één keer hoe jouw thuissituatie is. Je hoeft daarna niets meer uit te leggen (bijvoorbeeld als je zegt: ‘Ik ga dit weekend naar mijn moeder.’).
2. Ze snappen het beter en zijn aardiger voor je;
3. Het is voor jezelf best fijn als je je meer van pleegzorg weet (zoals de rechten van kinderen, maar ook dat er heel veel pleegkinderen in Nederland zijn. Je bent niet de enige!);
4. Je weet al heel veel over het onderwerp omdat je zelf in een pleeggezin woont. Dus voorbeelden zijn makkelijk te vinden (dat scheelt tijd en je bent sneller klaar met je werkstuk);
5. Je kunt er een hoog cijfer voor halen (leraren vinden het een goed onderwerp!).

 

WAT  nr 5 FB 4

 
Lara (15): ‘Ik heb drie goede vriendinnen. Ik was al een paar keer bij hen thuis geweest. Toen dacht ik: Nu is het mijn beurt! Ik vroeg ze om een keertje bij mij thuis te komen. Ik vond het spannend, want ik wist dat ze hun ogen uit zouden kijken. Ik woon in een groot huis met veel kamers én veel kinderen (twee pleegbroertjes, twee pleegzusjes en het dochtertje van mijn pleegouders). En we zien er allemaal anders uit.

Gelukkig vonden ze het leuk om bij mij te komen. Ik heb ze het hele huis laten zien. En we hebben gepraat, mijn pleegmoeder zat er ook bij. Dat vond ik fijn, want zij kan beter vertellen wat pleegzorg is en waarom we hier zo wonen. Ik vulde haar soms aan. Het is voor mij nu makkelijker om mijn vriendinnen bij mij thuis uit te nodigen.’

 

WAT  nr 5 FB 5


Ben jij dit jaar naar de middelbare school gegaan of overgestapt naar een nieuwe school? Of ben je in een nieuwe klas gekomen waar je nog niemand kende? Veel jongeren in pleeggezinnen worstelen dan met de vraag: wat vertel ik aan wie over mijn thuissituatie? Welke van de vier antwoorden op onze ‘vraag van de maand’ past het best bij jou? En heb je misschien een goede tip voor anderen?

 

WAT  nr 5 FB 6


Nena (15): Mijn tip voor anderen die ook een moeder hebben die niet mee kan naar de ouderavond op school: maak een kopie van je rapport en stuur het naar haar op. Ik doe dat altijd en dat vindt mijn moeder fijn. En ik ook. Als ik naar haar toe ga, neem ik mijn rapport ook nog mee en vertel over mijn cijfers.’

 

WAT  nr 5 FB 7


‘Hoi, ik ben Eva (14 jaar) en ik woon sinds begin dit schooljaar niet meer in mijn pleeggezin, maar in een begeleid-kamerwonenhuis. Dat is wennen. Er zijn daar geen ouders, maar begeleiders: een echtpaar dat er ook woont en twee begeleiders die er full time werken. Verder is er nog een stagiaire.

Mijn voogd vond het beter voor mij dat ik nu hier woon. Ik heb me wel afgevraagd waarom dit zo moest, maar ik denk dan maar: ‘Het is zoals het is.’ In de weekenden ga ik terug naar mijn pleeggezin en blijf daar tot zondagavond. Doordeweeks app en facetime ik elke dag met mijn pleegouders.

Heel fijn vind ik het dat ik wel op dezelfde school kon blijven. Ik zit in 3 vmbo basis-beroeps. Ik heb het naar mijn zin en was blij dat ik geen nieuwe vriendinnen hoefde te maken en niet hoefde te wennen aan nieuwe docenten en een nieuw gebouw. Dat is allemaal bij het oude gebleven: fijn en vertrouwd!

De reis naar school is wel veranderd. Vroeger ging ik op de fiets: een uur heen en een uur terug. Nu fiets ik een kwartier naar de bushalte en zit dan twintig minuten in de bus. Ik vind het goed zo. Met regen is het zelfs beter!

Ik heb op school aan het begin van het schooljaar meteen verteld dat ik ergens anders was gaan wonen. Dat was tijdens het mentoruur. Ik vond dat niet spannend, want ik heb een goede band met mijn klas.

De reacties waren verschillend. Sommigen vroegen hoe mijn huis er uitzag en hoe het daar gaat. Sommigen vonden het raar. ‘Is het een kindertehuis?’ vroegen ze. Sommigen vonden het zielig, maar ze snapten het ook wel.

Ik zou het iedereen aanraden om op dezelfde school te blijven als dat kan. En over je nieuwe woonsituatie kun je praten. Ik doe dat met mijn voogd van Jeugdzorg, mijn pleegmoeder en ook met mijn eigen familie. Ook wel met vriendinnen, ook al snappen die niet alles.

Het allerleukst vind ik dat ik nu maar twee minuten fietsen van mijn beste vriendin vandaan woon. Met haar kan ik nu dus soms samen fietsen en ook heel veel afspreken.’

 

 WAT  nr 5 FB 8